Month: februari 2016

Tijd

dagdromen_2701277

Ze hield de mensen in straat in het oog door het keukenraam.
De oudere dame met haar Yorkshire Terriër, snel stappend om dra weer in de warmte van haar huisje te zijn.  De werkmannen die al meerdere weken verderop aan het verbouwen waren en die even stopten met werken om zich op te warmen aan een kop koffie.
De immer-zijn-paraplu-bijhebbende heer die langbenig over het voetpad liep.
Een voor een volgde ze hen met haar ogen.  Het waren allemaal vertrouwde gezichten en toch kende ze geen van hen.  Ze slaakte een zucht, stond op en schonk zich een kop koffie in om vervolgens opnieuw plaats te nemen bij het raam.  Even verderop zal waarschijnlijk de overweg dicht geweest zijn want de ene auto na de andere schoot voorbij, iets sneller dan toegelaten alsof verloren tijd moest ingehaald worden.

Na een paar slokjes stond ze op en besloot het huis te verlaten voor wat frisse lucht.
Schoenen, sjaal en warme jas werden aangeschoten.  De sleutelbos in haar hand geklemd trok ze de voordeur achter zich dicht en stapte resoluut richting de weivelden een beetje verderop.  Dit was een rustige omgeving en toch niet desolaat.  Rustig genoeg om even haar gedachten de vrije loop te laten en te ordenen.  De wind speelde door haar haren en ze trok haar sjaal dichter rondom haar hals.  Haar gedachten gingen opnieuw uit naar hem. Ze kende hem nog niet zo lang, had hem nog maar  een paar keer ontmoet.  Maar die keren voelden goed aan, zeer goed.  Alsof het altijd zo al was geweest en had moeten zijn.  Van bij het begin had ze geprobeerd zich niet te laten meeslepen.  Gewoon omdat het veel te fragiel was.  Veel te pril.  Nog niet wetend waartoe het zou leiden doch diep in haar hart een kleine hoop koesterend omwille van dat goede gevoel.

Het moest tijd krijgen.  Hij had tijd nodig. Zij zèlf had tijd nodig om alles te ordenen zodat het kon zijn zoals het hoorde te zijn.  Ze moest en zou het de tijd geven die nodig was.  Want ze wou het alle kansen op slagen geven.  Enkel haar hart bleek het absoluut nodig te vinden om sinds een paar dagen ver voorop te gaan huppelen.  Hoe zeer ze ook haar best deed het rationeel te benaderen, haar hart gooide alles overhoop.  Ze was verliefd aan het worden, langzaam maar zeker.  Ze kon zichzelf wel voor het hoofd slaan.  Mocht hij dit wel weten? Zou hij dit wel willen? Het laatste wat ze wou was hem afschrikken. Ze wou niet dat dit een wig tussen hen in dreef.  Maar tegelijk wou ze maar één ding en dat was bij hem zijn.  Zijn aanwezigheid horen, voelen, ruiken.  Beleven.  Leven.

Even bleef ze aan een weiland staan en staarde naar de stam van een oude knotwilg.  Haar gedachten dwaalden af en zijn gezicht doemde voor haar ogen op.  Zijn ontwapenende glimlach kwam haar tegemoet en toverde een glimlach op haar lippen.  Ze haalde diep adem en stapte langzaam opnieuw naar huis toe, nog steeds met een glimlach op haar lippen.  Die glimlach verschijnt elke keer ze aan hem denkt.  Wanneer ze een berichtje van hem krijgt.  Wanneer ze zijn foto ziet of zijn stem hoort.
Zijn stem… meeslepend en warm.  Zijn stem… waar ze reeds voor gevallen was vóór ze hem de eerste keer ontmoette.
Ze was reeds voor hém gevallen vóór die eerste ontmoeting, zonder hem te hebben gezien.  Gewoon omdat hij “hij” was.  Omdat hij het was.

Het moet tijd krijgen. Beide hebben ze tijd nodig als ze wil dat het alle kansen op slagen krijgt.  En ze wil het alle kansen op slagen geven.

 

*elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen is louter toevallig*