Month: april 2016

Wannabe-schrijfster

schrijfmachineZestien was ik toen ik het in mijn hoofd haalde: ik zou een verhaal gaan schrijven.  De plot lag in grote lijnen vast in mijn hoofd: een meid, net iets ouder dan ikzelf, gek op diepzeeduiken.  Een goede vriend, een politieagent en, hoe kan het ook anders, een onderzee-schat.
Achteraf bekeken: héél lekker origineel.
De details zouden wel komen naarmate de letters op papier kwamen.

Voor een computer met tekstverwerker had ik geen geld dus kocht ik met mijn spaarcentjes een elektronische schrijfmachine met een geheugen van één regel.
De schrijfmachine en het schrijfproduct zou ik wel verstoppen voor moederlief.
Wat ik ging doen paste namelijk totaal niet in haar verwachtingslijn.
Een bureau had ik niet.  Ik moest me behelpen met een lage commode en gezeten op een stapel kussens.  Het kon me echter niet deren: ik had een doel en dat doel zou ik vervullen.

Het verhaal startte titelloos.  Die zou ik gaandeweg wel vinden, net als de plot.
Ik herinner me nog hoe ik langzaam de eerste letters in het geheugen liet komen, ze even overliep en mijn wijsvinger nog even aarzelend boven de entertoets liet zweven.  En dan, klik, enter.  De eerste zin kwam ratelend via het geheugen uit de machine gerold.  Het startsein was gegeven.  Zin na zin ontsproten in mijn hoofd en vonden via mijn vingers op het klavier en het geheugen hun weg naar een definitieve plek op het papier.
De verhaallijn ontspon zich langzaam en na enige weken lag er al een aardig stapeltje vol getikt in de kast.  Hoofdstuk na hoofdstuk voegden zich toe aan het geheel.

Tot…die ene dag in mei.  Ik weet het nog goed.
Moeder liep nukkig.  Niets aparts.  Moeder liep wel meer nukkig.  Moeder liep eigenlijk altijd nukkig als er wat was dat haar niet zinde.  Maar moeder zei niets dus stelde ik ook geen vragen.
Na school, na het avondeten en mijn schooltaken trok ik naar mijn kamer om een paar bladzijden toe te voegen aan het geheel.

Ik duwde mijn kamerdeur open en wat ik toen zag deed me wit wegtrekken en groen uitslaan.  Op mijn bed stond mijn schrijfmachine.  Er rond en op de vloer lagen alle bladzijden.  Verscheurd.  Even leek mijn wereld te blijven stilstaan terwijl ik op mijn knieën tussen de verscheurde bladzijden ging zitten en keek of er wat gered kon worden.
Een traan baande haar weg vanuit mijn ooghoek, over mijn wang om op mijn lip te landen waar ze een zoute smaak na liet.
Een geluid achter me deed me opschrikken en ik stond snel op.  Het was moeder die me nors gebood de rommel als de weerga op te ruimen.  Gelijk volgde een tirade of ik echt niets beters te doen had met mijn tijd.  Tijd die ik extra in mijn studies kon stoppen, tijd die ik kon gebruiken om haar bij het huishouden te helpen in plaats van met de zinloze rommel die over de vloer verspreid lag.  Gedwee deed ik wat me werd opgedragen en zocht alle stukjes bij mekaar.  Het papiermandje vulde zich.

Mijn schrijfmachine nam ze in beslag.  Ik kwam achteraf te weten dat deze bij een neef terecht gekomen was die er zijn thesissen op uittikte.
Nooit heb ik nog een poging ondernomen.  Ik was te benauwd dat moeder het zou merken.  En achteraf toen ik op eigen benen stond kreeg ik andere prioriteiten.
De wannabe-schrijfster had even bestaan maar de aspiratie werd snel in de kiem gesmoord door moeder.
Het verhaal heeft nooit een titel gekregen.

De wannabe-schrijfster was niet meer.

 

Ochtendrust

OchtendrustIk ben een nachtmens.  Het liefst zou ik dagelijks laat op de namiddag wakker worden. Nog net op tijd om de broodnodige boodschappen te doen.  Dàn pas zou mijn dag echt beginnen.  Om dan weer te eindigen ergens midden in de nacht, vroeg op de ochtend.

Mijn dagelijkse bezigheden vereisen echter anders en dwingen me in het daglevenkeurslijf.
Ik moet opstaan om half vijf – ’s òchtends!
Nu ja, moeten… Ik bepaal het uiteindelijk wel zelf omdat ik graag op tijd op mijn werk ben zodat ik, “evidentelijk”, ook opnieuw op tijd weer thuis ben en nog wat aan de avond te hebben.
Dit maakt dat ik door de week toch niet te laat naar bed ga.  Een uur of één ’s ochtends (’s nachts?) is door de band genomen “mijn uur”.  Tegen het weekend aan kom ik in mijn element.  Dàn pas kan ik naar bed gaan zoals het me het best af gaat.  Een stuk in de nacht, wanneer anderen bijna weer gaan opstaan.  Dàn zou ik kunnen uitslapen en heel even mijn geliefde ritme adopteren.  Ik zeg zoù… Want dat is uiteraard buiten de buren gerekend.

De buren…Stuk voor stuk zijn het héle lieve mensen.  En behulpzaam.
Echter, er zijn momenten dat ik ze zou verwensen!  Momenten dat het slechte in me naar boven zou komen en ik zou transformeren in een vloeken krijsend demonisch schepsel.  Wanneer ze beslissen om hun immense “pelouse” te maaien bijvoorbeeld.  Met de zitmaaier die zoveel lawaai maakt dat je amper jezelf hoort ademen.  Wanneer ze de elektrische heggenschaar bovenhalen om de haag rond diezelfde immense grasmat te scheren en tot op de millimeter gelijk te zetten over de gehele lengte.  Wanneer ze vinden dat het geschikte moment is aangebroken om terras en alle accessoires tot in de naadjes schoon te maken met de hogedrukreiniger.
Op zich geen probleem zou je zeggen, ware het niet dat voor elk van deze taken hèt geschikte moment uiteraard ergens op een zaterdagochtend rond acht uur blijkt te zijn.  Wanneer ìk nog wat wil slapen!! Mijn rust is heilig!
Want zìj liggen nog in bed wanneer ìk door de week opsta.  Zìj genieten van hun pensioen en het daarbij horende leefritme.  Zìj gaan ook met de kippen op stok door de week.  God weet waarom! Want ze kunnen toch uitslapen.

Ik bèn eigenlijk geen wraakzuchtig mens.  Ik ben géén demonisch schepsel dat iemand naar de hel vervloekt.   Ik toon respect voor mijn medemens.  Gedwee onderga ik het allemaal en sleur me verder tot wanneer ik eens een nachtje uit huis ben en wèl kan uitslapen genietend van de stilte, de ochtendrust.

Ondertussen speelt het idee wèl in mijn hoofd:  ooit neem ik wel eens weerwraak.  Dan start ik de motor van mijn wagen en blijk alsnog iets belangrijks vergeten te zijn in huis waardoor mijn wagen onnodig lang blijft draaien.  Of ik stap in en duw “per ongeluk” op mijn toeter.  Gewoon lekker lang.