Month: juni 2016

Reclame “maken”: best wel moeilijker dan je denkt

Dagelijks krijgen we een lading verbale en visuele reclameboodschappen naar het hoofd gegooid.  Onze aandacht als potentiële klant te pakken krijgen is één deel van het doel.  Als het ons ook nog eens de knip van de geldbeugel doet halen en doet overgaan tot de aankoop is het ultieme doel bereikt.  En zeg nu eerlijk: wie onder ons laat zich nooit beïnvloeden door een stukje reclame dat blijft hangen?

Goede reclame is van levensbelang voor de ondernemer. Een product of dienst kan staan of vallen met de boodschap die het overbrengt aan het publiek.
Het is dan ook niet aan iedereen gegeven om dé inkopper te ontwikkelen, om dé eye-catcher te creëren.  Reclame – goede reclame – maken is best een moeilijk gegeven.
Dat bewijzen volgende staaltjes waarvan sommige handenvol geld zullen gekost hebben.

 

De hoek waarin je je reclame ophangt is heus wel belangrijk.  Hang je boodschap niet zomaar eender waar en hoe op.  De foute plek kan je potentiële klant eerder angst aanjagen dan overhalen met jou in zee te gaan.

Hoek
Bron: Blogs.elpais.com

 

Tevens moet je in je ontwerp bijvoorbeeld rekening houden met het “schuifdeureffect”. Het verwaarlozen hiervan kan namelijk tot lullige situaties leiden.  Toegegeven, als je hem tegenkomt, zal je minder neiging hebben er over heen te kijken, maar of je daarmee ook de volledige naam van de ondernemer zal opgemerkt hebben is zeer de vraag.

schuifdeureffect
Bron: Lh3.googleusercontent.com

 

Je moet ook niet in zeven sloten tegelijk willen lopen.  Veel vertrouwen zal dit niet inboezemen.
Integendeel.  De potentiële klant die dit ziet zoekt waarschijnlijk toch liever nog maar even verder.

7sloten
Bron: Kaifolog.ru

 

 

Je boodschap mag niet te klein zijn.  Niemand merkt ze op als ze te klein is.  Maar te groot is ook niet wat je moet beogen.  Dààr heeft niemand een boodschap aan.  “Big is beautiful” of “Size matters” zijn stellingen die echt niet altijd van toepassing zijn.

groot
Bron: ww4.sinaimg.cn

 

Face it: de mens houdt van dubbelzinnigheden.  De ene is al wat meer dirty-minded dan de andere.
Als ondernemer wil je echter niet continu vereenzelvigd worden met een dubbelzinnige boodschap.  Ook al leek ze op dat moment gewoon geniaal: doe toch maar niet.

Dubbelzinnig
Bron: Lh3.googleusercontent.com

 

Je logo in je boodschap inpassen is ook zo iets waar je even moet bij stil staan.  Je wil bijvoorbeeld niet dat iedereen die een McDonalds filiaal binnenstapt plots zin krijgt in een McMuisburger.  Je wil gewoon géén McMuisburger op je menu staan hebben. Punt.

McMuis
Bron: Pbs.twimg.com

 

Je merknaam mag dan nog zo speciaal zijn als je maar wil, dat betekent niet dat je boodschap er ook zo Special moet uitzien.
Hou het dus best wat binnen de perken.

SpecialK
Bron: Pbs.twimg.com

 

Lettertypes.  Nog zo iets waar je niet licht mag overgaan.  Een passend lettertype is van primordiaal belang om je boodschap correct over te brengen en vooral geen foute interpretatie in het leven te roepen.  Sommige mensen hebben namelijk problemen met nuanceren en nemen alles…euh…letterlijk.

Schermafbeelding 2016-06-24 om 18.33.15
Bron: Bp.blogspot.com

 

Je moet er dus met andere woorden gewoon goed je kop bijhouden.  Anders riskeer je wel eens overkop te gaan wat niet bepaald praktisch voor je potentiële klanten.

KopErbij
Bron: Origo8.deviantart.net

 

Maar vooral, let op de taal.  Haal dus bijvoorbeeld geen Chinezen in huis die geen Engels kunnen.  Het verknalt je imago en je verkoopcijfer gewoon ter plekke.

ChinezenEngels
Bron: S-media-cache-ako.pinimg.com

 

Het is voor ondernemers van groot belang met de juiste mensen in zee te gaan.  Mensen die hen en hun product of dienst echt begrijpen.  Mensen die in staat zijn een concept te creëren dat het publiek vangt vanaf het eerste moment en het op de correcte wijze kan overbrengen.
Dergelijke parels zijn zeldzaam, maar ze bestaan wel degelijk.   Eens ze gevonden zijn en een samenwerking tot stand komt liggen er mooie dingen in het verschiet.

 

Voorbij

DEN HAAG - ILLUSTRATIE - Echtscheiding. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT

Zaterdagnamiddag, twee uur.  Er wordt aangebeld en ik slof naar de voordeur.  Het is de buurvrouw.  In haar hand houdt ze een vierkant kartonnen doosje.  “Koffie?” vraagt ze en toont het doosje.  Dit laat ik me geen twee keer zeggen, snoepliefhebster die ik ben, en laat haar binnen.  Ze kent de weg en stapt automatisch door naar de keuken waar ze zich ontdoet van haar jas.

– Hoe gaat het me je, vraag ik haar terwijl ik een kop koffie begin te zetten.  Met een lichte zucht gaat ze zitten.
“Prima” zegt ze.  “De kogel is door de kerk”.
Ik kijk haar even vragend aan.  Ik heb wel een vermoeden waar ze het over heeft, maar durf het niet goed uit te spreken.
“We zijn tot het besluit gekomen dat ons huwelijk volledig voorbij is” vervolgt ze.  “Niet meer te redden.  Hij wil er ook geen moeite voor doen en ik…tja…ik, je weet wat ik er van denk”
Ik weet inderdaad wat ze ervan denkt: seks is niet hèt belangrijkste in een relatie maar is toch een verdomd belangrijke factor waar je niet om heen kan.  Om het met een cliché te stellen: één van de hoekstenen.  En gelijk heeft ze.  Ik zou het helemààl niet zo lang hebben volgehouden als zij heeft gedaan.
“We hebben er enkele weken geleden uitvoerig over gepraat” vervolgt ze.  “Nu ja, gepraat… op zìjn manier dus. Via sms.  Hij boven, ik beneden.”
Ik kijk haar bedenkelijk aan.
– Via sms?? Wie praat er nu in godsnaam via sms als je je binnen dezelfde vier muren bevindt.
“Ja, dàt is zijn manier. In al die jaren heeft hij nog nooit iets rechtstreeks uitgepraat.  Altijd via sms.  Alsof hij bang is in een rechtstreeks contact niet direct de juiste woorden te vinden of niet snel genoeg te kunnen reageren”.
Vreemde kerel toch, denk ik bij mezelf.  Een conflict, hoe klein of groot ook, praat je toch àltijd rechtstreeks uit.
“Hij wil dat ik hem garanties geef. Garanties dat we samen gaan blijven wonen de komende jaren”
Ik verval van de ene verbazing in de andere.
– Dus hij wil een punt zetten achter jullie huwelijk, maar wil wèl van jou de garantie dat er niet uit mekaar gegaan wordt binnen de komende jaren?
“Daar komt het op neer” zucht ze.  “Alsof ik een glazen bol heb en nu al wéét wat er volgend jaar zou kunnen gebeuren.  Laat staan over enkele jaren”.

Ze voegt een wolkje melk toe aan de koffie die ik haar net uitschonk en neemt een gebakje uit het doosje.
“Dat heb ik hem ook gezegd.  Ik wéét niet wat er me te wachten staat in de toekomst.  Ik wéét niet hoe het er tegen het einde van het jaar zal aan toe gaan, volgend jaar, over twee jaar.  Ik weet enkel dat het alleszins niet mijn bedoeling is op déze manier door te gaan.”
Ik knik begrijpend en ga tegenover haar aan de keukentafel zitten.
– Het lijkt wel of hij een veiligheidsnet wil inbouwen.  Zijn vrijheid terug, genoeg rust om niet opnieuw te hoeven gaan werken, jou laten opdraaien voor zo goed als alle kosten en ondertussen zijn eigen spaarpotje lekker aanvullen.
“Die indruk heb ik ook gekregen” antwoordt ze.  “Probleem is dat ik het op deze manier financieel niet kàn blijven volhouden.  Ik ga achteruit in plaats van vooruit. Als ik dus echt iets wil overhouden, dan kan ik gewoon geen jaren meer bij hem blijven”.
Dat lijkt me logisch.
– Je zou kunnen proberen om, wanneer je weggaat bij hem, ergens onderdak te vinden bij iemand of sàmen met iemand iets te huren.
“Die gedachte is al door mijn hoofd gegaan.  Het zal enkel niet eenvoudig worden om een geschikte persoon te vinden.  Meestal zijn het studenten die dat soort avontuur aangaan.  Of mensen die mekaar kennen.  Ik kèn zo niemand.”
– Nù ken je niemand.  Maar wie weet, tegen dan… Wie weet… Het belangrijkste is dat jij, of jullie, dan kosten kunnen delen en op die manier een toch wat rustiger leven kunnen hebben.
Ze knikt. “Dat zijn zorgen voor later. Eerst moet ik zien dat ik toch genoeg geld opzij krijg zodat ik reserve heb voor de restwaarde van de verkoop van het huis te bekostigen”.

Oh God, dat ook nog.  Ze heeft echt wel géén geluk.  Zes jaar geleden was ze zò blij het huisje gevonden te hebben.  En nu zal het een heus blok aan haar been blijken te zijn.
“Het mag duidelijk zijn dat ik in mijn eentje voor de restwaarde zal moeten opdraaien. Hem kunnen en zullen ze niet aanschrijven om bij te dragen.  Hij heeft geen inkomen.”  Ze slaakt een lichte zucht en neemt een hap van haar gebakje.
“En het is nu net dàt waar ìk rekening moet mee houden.  Waardoor ik niet volledig alleen op eigen benen zal kunnen staan als het zover is.  Het is dàt of blijven.  En blijven heb ik gewoon de moed niet meer voor.  Dan doe ik mezelf nog liever wat aan zodat ik gewoon van alle rompslomp en problemen verlost ben.”

Ik zie hoe in de hoek van haar rechteroog een traan opwelt en slik even.  Zò heb ik haar nog nooit horen praten.  Zij, die zo van het leven houdt, die zo van het leven wil genieten.  Het doet me rillen als ik bedenk wat een slechte relatie en zich in een hoekje geduwd voelen met iemand kan doen.
Ik weet dat ik me geen zorgen hoef te maken dat ze dit zou doorzetten.  Hoewel, jaren geleden stond ze net op datzelfde punt.  Òòk door hem.  De gedachte aan haar kinderen heeft haar toen van het idee doen afstappen.  Toen waren ze nog klein. Nu zijn ze beide zo goed als volwassen.  Ik besef hoe klein ze eigenlijk is.  Ze doet zich sterk voor naar de buitenwereld, maar diep vanbinnen is ze niet meer dan een klein, broos en breekbaar wezen dat gewoon het ongeluk heeft veel liefde te kunnen en willen geven doch niemand om zich heen heeft die die liefde wil ontvangen en beantwoorden.
Ik zie hoe de traan zich langzaam losmaakt van haar wimpers en een klein, bijna onopvallend spoor trekt over haar wang.  Vluchtig kijkt ze even naar me alsof ze zich betrapt voelt, veegt de traan weg en glimlacht flauwtjes.  “Zie me hier nu zitten…” In een teug drinkt ze het laatste beetje koffie in haar kopje op.  “Ik ben even opnieuw beginnen roken” stamelt ze.  “Na twee jaar… Is dat niet erg? Dat is nu toch wel erg hé?”
Ik trek mijn schouders op.
– Ach weet je, wàt is “erg”? Je hebt het even nodig, en dan…?
Een schaapachtige glimlach verschijnt op haar lippen.  Plots staat ze op en trekt haar jas aan.
“Ik zal maar eens gaan. Ik heb je genoeg lastig gevallen. Ik zie je nog wel.”  Gelijk neemt ze me vast en geeft me een knuffel.  “Dank je” fluistert ze zachtjes.  “Dank je”.
– Ach, dat is niet nodig

Nee, het is niet nodig dat ze me dankt.  Ik geef haar met plezier wat steun.  Want nu, op dit moment, staat ze helemaal alleen, heeft ze niemand bij we zie even kan vluchten.  Het lijkt anders, maar het is schijn.
En even praten is momenteel haar enige vluchtweg.  Ik hoop dat ze snel weer een echt steunpunt zal vinden.  Iemand die er is om haar haar gedachten te helpen verzetten, even weg te zijn van huis.  Iemand die haar nog maar een klein beetje affectie en aandacht geeft.  Iemand die zij zelf affectie en aandacht kan geven.  Tot zolang luister ik naar haar wanneer ze het nodig heeft.  Want iedereen heeft een luisterend oor en steun nodig om de dagdagelijkse beslommeringen het hoofd te kunnen blijven bieden.

 

 

Jij

Aan die ene die er in slaagde me te kraken.

youbrokeme

Je liet me geloven dat ik de wereld was voor je.  Ik geloofde het.  Al snel bleek dit niet zo te zijn.
Je had je kantjes, “online bezigheden” zal ik ze noemen, waar ik het moeilijk mee had.  Je liet me geloven dat mijn reactie abnormaal was.  Met wie ik het ook besprak, er werd me op het hart gedrukt dat mijn reactie nìet abnormaal was.  Maar jij bleef volhouden.  En ik begon wat aan mezelf te twijfelen.

De bezigheden werden intensiever, mijn twijfel groeide steeds meer.  Steeds ik je ermee confronteerde draaide je de feiten dermate dat ik me uiteindelijk schuldig ging voelen.  En je kon weer even door.
Tot de dag kwam dat ik het niet meer pikte en je voor de keuze stelde : je bezigheden of ik.  Je koos voor mij.  Dat had je beter niet gedaan.

Je bezigheden bleven toen achterwege, alles kwam op het goede spoor en uiteindelijk trouwden we.  Maar je ontpopte je al snel tot een waar kruidje-roer-me-niet.  Raad aanzag je als kritiek, je reageerde boos en sloot je af van me.  Kritiek van jou moest ik te pas en te onpas slikken.  Een reactie van mij resulteerde dan weer in een boze reactie en je sloot je nog meer af.  De eerste stap tot goedmaken zette je nooit.  Een verontschuldiging heb ik nooit uit je mond horen rollen.  Want steeds was ìk fout, steeds was het mìjn schuld.  En ik ging weer meer aan mezelf twijfelen.  Ik trok mezelf terug in mijn schulp waar ik me veilig voelde en leerde te zwijgen wanneer je me weer eens verwijten naar mijn hoofd slingerde.

Fysieke aandacht heb je me nooit meer gegeven zoals je me die heel even in het begin gaf.  Je had er wèl een uitleg voor.  Je gebruik van anabole steroïden als jonge snaak van twintig zouden aan de basis gelegen hebben van je lage libido.  Bla bla bla… Wist ik veel.  Tot ik zelf op zoek ging naar informatie en tot de vaststelling kwam dat dat, op je veertigste, helemààl niet meer het gevolg kòn zijn.  Ik maakte de fout je met mijn bevindingen te confronteren.  Ja, de fout.  Want opnieuw was het resultaat hetzelfde.  Jij wist het wel, ik had er geen benul van.  Wie was ìk wel om jou te wijzen op iets wat ìk dacht dat niet kon terwijl jìj de kenner was?!  En had ik er ook misschien even aan gedacht dat je je misschien ook niet meer aangetrokken voelde tot mij? Dat het misschien aan mij, aan mìjn lichaam lag? BAM! Je slaagde er in één luttele seconde in mijn zelfvertrouwen als vrouw tot een minimum te herleiden.

Nog enkele keren heb je “een poging” gedaan zoals je het zelf noemde.  De periodes tussen die pogingen waren tergend lang.  Zes maand, een jaar,… Liefdevol waren ze niet te noemen.  Het kon ook moeilijk anders.  Je was opnieuw gestart met je online “bezigheden”.  Dààr kon je je in uitleven, dààr vond je vrouwen die je wèl aantrokken.  Jonge, mooie vrouwen.  Vrouwen met het perfecte lichaam.  Héél wat anders dan ik zelf (jouw woorden).  Eerlijkheidshalve moet ik het zeggen: je hebt het nooit tot een fysieke ontmoeting gebracht.  Steeds bleef het bij online contacten.  Gelukkig.  Mijn oprechte dank daarvoor.  Ik verbaas er mezelf over dat ik je nu hier nog voor dank ook.  Mijn zelfvertrouwen? Dat zakte een pak onder nul.  Het zit nòg altijd onder nul.

De eenzijdige beslissingen die je nam zijn ontelbaar.   Want jij was de man, jij had dat recht.  Steeds werd ik voor een voldongen feit gezet. Je besloot eenzijdig dat je zou stoppen met werken.  Mìjn loon was wel voldoende om van te leven.  Jij kon wel wat anders met je leven dan vroeg opstaan, gaan werken en je mond houden voor een baas.  Als “tegendienst” zorgde je voor het avondmaal, de boodschappen en hield het huis schoon.  Echter nooit zonder de nodige verwijten als ik, wééral eens, een paar schoenen niet in de kast had opgeborgen of per ongeluk een papier op de salontafel of waar dan ook had laten liggen.  Ik kon je maar beter niet als huismeid beschouwen! Want dàt zou helemaal niet goed komen.  Als dàt het geval was, dan kon ik het zelf maar beter doen.  En ik zweeg.  Ik zweeg om de lieve vrede.  Want dàt had ik ondertussen geleerd: zwijgen.

Je kon doen en zeggen wat je wou vanaf dat moment.  Je wist toch dat er geen weerwerk meer zou komen.  Want je wist dat ik een grondige hekel heb aan ruzie en gekibbel.  Fysiek liet je me nu ook volledig links liggen.  We leefden als broer en zus naast mekaar.  Een term die je boos maakte toen ik je er 5 jaar later op wees en liet weten dat het zo niet meer kon verder gaan.  Sindsdien ging het enkel maar berg af.  Nog meer dan voorheen.  Het was mijn schuld, volgens jou.  Mijn schuld omdat ik uitgesproken had dat ik het zat was, dat ik niet meer kon leven op de wijze waarop we ons leven leefden.  Mijn schuld dat ons huwelijk kapot is gegaan en volledig voorbij is.  Want ik had het nooit mogen uiten.

Jij, jij hebt me gekraakt en gebroken, je hebt me mijn eigenwaarde ontnomen, mijn zelfvertrouwen doen verliezen.
Ik moet nu vechten om dat alles terug te vinden. Ik gà knokken om terug te komen.  Zonder jou maar meer dan ooit zal ik er op een dag weer staan.  En jij zal me nièt meer kraken of breken, want ik ga dòòr zònder jou!

Jij…Dank je voor niets!