Month: augustus 2016

Nu even niet

images (2)
Het laatste jaar was er heel wat gebeurd in haar leven.
Ze hadden samen beslist dat hun huwelijk voorbij was.  Het bestond enkel nog op papier maar hij wou wel dat ze samen bleven leven onder hetzelfde dak.  Zij kon voorlopig niet anders dan er mee akkoord gaan.  Ze leefden elk hun eigen leven en hadden nog amper contact met elkaar.

Even later ontmoette ze een fijne man.
Op de paar maanden dat ze contact hadden met elkaar leek het alsof hij haar door en door kende.  De laatste keer dat ze mekaar zagen drukte hij haar op het hart op te komen voor zichzelf.  Ze besefte dat hij gelijk had.

De voorbije jaren was ze een deurmat geweest waar iedereen overheen liep.  Ze had zichzelf weggecijferd voor iedereen rondom haar.  Dàt ging ze achter zich laten. Ze zou haar plaats innemen waar ze recht op had, zowel fysiek als mentaal. Ze besefte dat ze niet iedereen hoefde te plezieren.  Dat ze niet iedereen ten dienste hoefde te zijn.  Ze was niet minderwaardig aan anderen, ondanks dat dit haar van kinds af aan ingeprent was.  Ze wàs evenveel waard als eender wie anders.
Ze had evenveel recht op haar plekje, op haar ruimte.  Wie zich daar niet kon in vinden restte maar één ding te doen en dat was opkrassen.  Wie dacht haar te kunnen laten aandraven wanneer het hen paste en haar verder geen aandacht gaf, kon opzouten.
Ze weigerde om nog “als vanzelfsprekend” aanzien te worden.  Eén toenaderingspoging van haar, een tweede, maar een derde zou er niet meer komen.
Ze zou zich niet meer opdringen bij mensen die haar niet echt waarderen of uit zichzelf tijd met haar willen doorbrengen.  Wie haar in zijn leven wou zou dit zelf ook moeten aantonen.
Wie haar in zijn leven wil, zou haar ook levend moeten houden.
Eénder wie…
Wie dit niet deed, verkeek ook zijn kansen op haar te kunnen rekenen wanneer het nodig zou zijn.  Het moest tweerichtingsverkeer worden van nu af aan.  Met iedereen.

Hààr leven, hààr toekomst.
Hij zou wel altijd een plekje in haar leven blijven hebben, net als het handjevol andere vrienden die ze had.  Maar het warme gevoel dat nog even had na gesluimerd was weggeëbd en  gereduceerd tot een vriendschapsgevoel.
En dat was nodig want enkel zo zou ze zich kunnen openstellen voor iemand anders.  Zo zou het fair zijn tegenover iemand nieuw.
Hoe zeer ze ook naar echte genegenheid snakte en zelf wou geven, ze moest dat even opzij zetten en even alleen door het leven stappen.  Hoe lang, dat wist ze niet.

Er zal een dag komen dat iemand haar pad zal kruisen, iemand die haar dezelfde genegenheid zal kunnen en willen geven.  Iemand die haar echt naar waarde schat en dat ook toont.  Ooit zal er een dag komen dat ze zich volledig zal kunnen open stellen voor die ene.  Ze zal al haar genegenheid en liefde opnieuw geven.

Ooit, maar nu even niet.

 

Een griezel op bezoek

266px-Focus_stacked_spider

Vrijdagavond.  Ik zit rustig op de bank wat televisie te kijken.  Ik ben alleen thuis want de huisgenoot slaapt elders vannacht.
Er loopt een sms’je binnen van een kennis.  Of ik zin heb om samen iets te gaan drinken en wat bij te praten.
Daar hèb ik wel zin in want dit geeft gelijk de mogelijkheid een onenigheid met de kennis in kwestie uit te praten en voorgoed achter ons te laten.  Maar eerst even een luchtje scheppen op het terras en de hondjes even uitlaten.  Ik diep een sigaret op uit mijn handtas en roep de twee kleintjes om mee naar buiten te gaan.

Dan zie ik hem.  De griezel.  Een kanjer van een huisspin! Ik ben al geen liefhebster van al die achtpotige ondingen, welke maat ze ook hebben.  Maar de huisspin heeft een paralyserend effect op me.  Zodra er een in mijn gezichtsveld komt laat ik hem geen seconde meer los met mijn ogen.  De griezel mag ook zitten waar hij wil, ik voèl ze gewoon zitten en mijn ogen gaan feilloos naar het kleinste hoekje waar ze maar verborgen kunnen zitten.

Maar deze zìt niet verborgen.  Hij zit gewoon parmantig uitdagend op het witte lichtdichte deel van het overgordijn van mijn fotostudio.  Vlak aan de deur die toegang tot het terras geeft op de koop toe! Mezelf uit zijn buurt houdend open ik de deur en laat de kleintjes buiten om hun ding te doen.  Ondertussen hou ik mijn ogen op het monster en probeer ik in te schatten wat de slaagkansen van een aanval van mij op het onding zouden zijn.  Meerdere scenario’s worden overwogen.
Een bezem en hem via de achterkant van het overgordijn naar buiten wippen? Nee, niet mogelijk want mijn tuinlaarzen staan er net voor.  Verdomme, de tuinlaarzen.  Hij zit er net boven! Wat als hij daar in kruipt of in valt?? Goed, komende winter mijn tuinlaarzen maar niet aantrekken. Zo dapper ben ik dus!
Een bus haarlak? Nee, die spinnen zijn gewoon veel te snel en gegarandeerd dat hij zich ergens tussen verschuilt waardoor ik hem ook niet meer zie.  Deze optie wordt ook van de tafel geschoven.
Mijn speciale dikke “spinnenkrant”? Geen optie: die krant is enkel ok voor me als de spin over de vloer loopt.  Geen haar op mijn hoofd denkt er aan er een van de muur te meppen.  Van het overgordijn is nog minder een optie.

Jeezes, wat haat ik mezelf om steeds weer opnieuw in een panische angst te slaan voor een insect waarvan ik gewoon wéét dat ze onschadelijk zijn.  Maar ja, die lange poten hé… Ik krijg mezelf maar niet zover me over die angst over te zetten.
Ik laat de twee kleintjes binnen, me opnieuw ver weg van het overgordijn houdend en neem mijn mobieltje ter hand.  “Is goed.  Ik maak me klaar en kom er aan.”

Wanneer ik later op de avond terug thuis kom ga ik onmiddellijk kijken wat de stand van zaken is. Tot mijn verbazing en gelijk ook tot mijn grote opluchting zie ik de griezel nog stééds op dezelfde plek zitten.  Onbewogen. Het is amper te geloven.
Als hij er morgen nu òòk nog zit wanneer de huisgenoot opnieuw thuis komt, dan krijgt dit verhaal misschien toch nog een goede afloop.
Ik trek de deur achter me dicht en ga slapen.  Dààr zal hij sowieso niet komen.

Hoop ik…

 

Tandemsprong


Parachute-springenHet vliegtuig stijgt op en klimt tot een hoogte van vier kilometer.  Ondertussen voel ik hoe de instructeur ons aan elkaar vastsjort voor de tandemsprong.   “Zo”, zegt instructeur Dave, “nu zijn we ‘echtverbonden'” en hij pakt me lachend bij de schouders vast.  Laurens, mijn ‘medespringer’ ondergaat hetzelfde lot en beide trachten we het niet uit te proesten van het lachen.

We hebben beide geluk: de instructeurs mogen er best zijn. Laurens glundert.  Hij geniet duidelijk van het mannenlichaam dat tegen zijn rug aangeperst zit, de schelm.  Gelukkig ziet zijn instructeur het niet.
Ik, ik probeer nog even niet te denken aan wat over enkele minuten komen zal.  En ik vraag me af waar ik het in godsnaam in het hoofd heb gehaald om me hiertoe te laten overtuigen.  Ik moet wel gek zijn. Ze hadden me verzekert dat hoogtevrees hierin geen rol speelde.

Even later schuif ik aarzelend mijn voeten en billen in de richting van de opening waar normaal een vliegtuigdeur hoort te zitten. Een vliegtuig zonder deur! Over enkele minuten zal ik naar buiten springen en in vrije val naar het aardoppervlak terugkeren. Ik, angsthaas eerste klasse als het op zulke dingen aankomt.  De wind is hierboven harder dan ik me kon voorstellen.  En koud, het is ook kouder dan ik dacht.  Mijn hart bonst in mijn keel en ik kan amper normaal ademen.
Of het door de luchtverplaatsing of angst en zenuwen komt laat ik u zelf uitmaken.
Dave duwt me nòg dichter naar het deurgat toe waardoor mijn benen nu naar buiten bungelen.  Het zweet breekt me uit en ik tril als een riet.

En dan voel ik hoe hij ons afduwt.  Ik zie het aardoppervlak ver weg onder me en begin te duizelen.  Aan een snelheid van 180km/uur duiken we naar beneden.  De vrije val van iets minder dan een minuut lijkt wel een eeuwigheid te duren.  Beangstigend en tegelijk een heerlijk gevoel van vrijheid.  Adrenaline raast door mijn lijf.  Vliegen als een vogel.  Héérlijk! Ik ben gewoon terecht trots op mezelf dat ik dìt aandurf! En ik raad het echt eenieder aan! Dit moet je gewoon één keer in je leven doen.

De parachute gaat open en het dringt tot me door dat het bijna achter de rug is.  Dave stuurt ons handig in de richting van de toeschouwers die onze sprong volgden.  Nog even en we landen.  Applaus weerklinkt vanaf de grond en ik glunder.  Knietjes optrekken, voeten wat vooruit, een schok,…

Ik schrik wakker en kijk naar de klok: vier uur ’s ochtends.  Over een half uurtje moet ik opstaan.  Ik wil niet opnieuw in slaap vallen en sta dan maar op.  Onder de douche denk ik even terug aan Dave en onze sprong.  En ik besluit dat het zeker voor herhaling vatbaar is.  Mèt Dave als het even kan.