Author: @DearRipley

Moeder – deel VI : Slot

…of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Als de relatie met moeder al niet al te best verliep, werd er datzelfde jaar ook nog een schepje bovenop gedaan door haar.  Zoals reeds werd vermeld was moeder niet echt happig op kinderen krijgen.  En de wijze waarop ik dat gegeven ontdekte zal me voor altijd bijblijven.

Enkele weken voor mijn achttiende  verjaardag werden de spanning weer wat heviger omdat ik, zoals elke achttienjarige, die verjaardag met enkele vriendinnen wou vieren.  Moeder zag dit uiteraard niet zitten.  Het zou een wonder geweest zijn als het wèl zo geweest zou zijn.  De apotheose van deze spanningen kwam op mijn verjaardag zelf.  De dag waarop ze me, na een hevige discussie, zonder een greintje emotie in mijn gezicht gooide dat ze me eigenlijk nooit gewild had en dat ik blij mocht zijn de voorbije jaren gekregen te hebben wat ik had gekregen.  Dat moment zal voor de rest van mijn leven in mijn geheugen gegrift staan.  Want hoe gehard je ook raakt, hoe gevoelloos je je ook tracht op te stellen, zulks nieuws raakt je tot in het diepste van je ziel en vezels.  En dergelijk nieuws breekt niet één steen maar gewoon zo goed als volledig je zelfvertrouwen af.

Dat zelfvertrouwen is sindsdien nooit meer goed gekomen en ik besef het dààr grondig fout gelopen is.  Wat ik ook doe, wat ik ook opstart, steeds weer opnieuw zie ik anderen die het beter kunnen en doen.  Een woordje van iemand uit het vak die je wat leidt, begeleidt doet dan deugd en helpt dat zelfvertrouwen wat op te krikken.
Het klinkt kinderachtig maar het spreekwoordelijke handje-vasthouden en duwtje in de rug geven is de enige manier die voor mij echt werkt.
Fotografie, schrijven en muziek zijn altijd passies geweest.  Moeder heeft nog geen enkele foto van me geprezen.  Een cirkeltje fotografen op het web en feedback van andere amateurfotografen op mijn werk geven me moed om door te gaan.
Het schrijfgedeelte modder ik maar wat aan.  Het hoe is me een raadsel; het is een onbekend terrein waar ik op de tast in het donker een pad probeer te vinden waarvan ik niet eens weet of dat pad er wel is.  Je kijkt op naar bepaalde mensen en kan enkel maar hopen dat ze je voldoende interessant vinden om je een beetje onder hun vleugels te nemen en te helpen een stapje vooruit te zetten.
Muziek, idem.  Voor mij maken deze zaken deel uit van “persoonlijk ontwikkeling en bouwen aan het zelfvertrouwen” zoals ik het noem.
Voor moeder is het regelrechte bullshit en tijdverspilling.

Ook wat vriendjes betrof was het nooit ok.  Het klinkt misschien vreemd, maar moeder vond steeds dat ik niet goed genoeg was voor het vriendje waar ik mee naar huis kwam.  Ze deed er dan ook steeds snel het nodige aan om het vriendje weg te jagen door alle anekdotes van hierboven te vertellen.  Eén uitzondering op deze regel was het allereerste vriendje.  Hier was hìj niet goed genoeg.  Ik was vijftien, hij negentien.  Véél te oud voor me volgens moeders normen.  Jongens van die leeftijd… je kent het cliché wel.  Op die leeftijd had ik het verdomde ongeluk om niet uitgerust te zijn met een normale cyclus van 28 dagen.  Waardoor moeder een gegeven maand dacht dat ik “overtijd” was.  Het is geen enkel moment in haar hoofd gekomen mijn cyclus zelf even bij te houden zodat ze zelf tot de correcte conclusie kon komen.  Ik kon eender welk lied zingen dat ik wou, ze bleef hardnekkig bij haar standpunt dat ik “overtijd” was. Én gezien ik een vriendje had was voor haar de som snel gemaakt.  Op een goede avond trok ze met me naar de dokter zonder ook maar één woord uitleg te verschaffen.  Pas toen we bij de dokter waren deed ze het verhaal en stond erop dat de dokter “nakeek” of ik nog wel maagd was.  Het schaamrood steeg tot boven mijn oren uit.  Ik wist me geen raad met de gêne waarmee ze me opzadelde.  De dokter kon niet anders dan bevestigen dat ik inderdaad nog steeds maagd was en, toen ik het verontwaardigde gezicht van moeder zag, deed ik hem zelf de uitleg van de langere cyclus terwijl ik hem een kalendertje toonde dat ik steeds bijhield.  Op dat kalendertje zag men netjes een “normale cyclus” van 32 dagen verschijnen.  Weerom moest moeder een keer de duimen leggen voor me en diep van binnen triomfeerde ik.  Nu ik het achteraf bekijk had ze trouwens wèl gelijk dat op die leeftijd die jongen “te oud” voor me was.

Het tweede vriendje kwam toen ik zestien was.  Dat was de eerste die ze te goed voor me vond.  Ik leerde Geert net voor mijn zestiende verjaardag kennen.  In die tijd was het nog de gewoonte thuis om invitées te hebben bij verjaardagen.  Niet echt omwille van mijn verjaardag, maar moeder nodigde een bepaald koppel maar één keer per jaar uit en mijn verjaardag was de geschikte gelegenheid om de trend erin te houden en de datum makkelijk te onthouden.  Ikzelf wou uiteraard graag mijn vriendje even zien die dag.  Geen probleem voor moeder, maar… hij mocht me komen oppikken om 14h en om 16h moest ik alweer thuis zijn.  Twee luttele uurtjes.  Maar goed, het was beter dan niets.  We besloten even verderop in de kantine van de manège iets te gaan drinken en rustig bij mekaar te zitten.  Maar ja, je raakt aan de babbel en je verliest al snel de tijd uit het oog.  Met wat flink doorstappen raakten we toch nog net op tijd bij mijn ouders huis.  Het afscheid nemen op de hoek van de straat liep, weeral, een beetje uit met als gevolg dat ik om tien na vier het huis binnen stapte.  Uiteraard kwam dat ook weer niet goed.  Een tirade in het bijzijn van de invités werd mijn deel en een maand huisarrest was het gevolg.
Ik kreeg na school welgeteld vijftien minuten om thuis aan te komen.  Moeder stond me elke avond reeds op te wachten in de straat zodat ze zeker was dat ik Geert niet even ontmoette tussen school en thuis.  De twee maand huisarrest hadden hun effect op ons en toen ze voorbij waren, was het Geert+ik-gebeuren ook voorbij.

Vanaf dat moment hield ik vriendjes voor bekeken.  Niet dat er geen jongens mijn pad kruisten, maar moeder he… Ik had gewoon geen zin in het gedoe met haar.
Toen ik drieëntwintig was trok ik het huis uit.  Ik had een bemeubeld éénkamerstudiootje gehuurd in het centrum van Brussel zodat ik enkel maar mijn kleren en wat spullen diende mee te nemen.  Plots kon ik ademen, bewegen, ontspannen.  Ik had het juk van moeder van mijn schouders gegooid en dàt deed zo’n deugd… Dàt was het moment dat ik geboren werd, dat mijn leven begon.  Oh ja, ik moest knokken en heb zwarte sneeuw gezien.  Mijn loontje was net genoeg om de huur te betalen en in mijn onderhoud te voorzien.  Gelukkig kreeg ik wat hulp onder de vorm van maaltijden van een Tunesische kennis die een restaurant uitbaatte in de buurt.

Die periode was ook meteen het moment dat ik mijn “studiekwestie” aanpakte.  Gezien ik niet de richting had kunnen studeren die ik wou, zocht ik een opleiding in volwassenenonderwijs uit waar relatief veel Rechtsvakken mee gepaard gingen.  Ik kwam uit bij Accountancy – Boekhouden. En een meevaller, de school was net om de hoek waar ik woonde.  Boekhouden, Burgerlijk Recht, Bedrijfsrecht, Wiskunde, Statistieken,… het zat er allemaal in verweven.  Vlaamse meid zijnde opteerde ik voor de Franstalige richting.  Twee vliegen in één klap: toch wat Recht èn mijn kennis van de Franse taal werd stante pede een heus pak opgeschroefd.  Met volle moed begon ik aan de opleiding van drie jaar dagelijks les in combinatie met een fulltime job.

Vanaf dat moment heb ik mijn leven in eigen handen genomen.  Zonder steun van moeder.  Zonder ook maar één keer een prijzend woord van haar.
Het vechten om een plekje in haar hart te krijgen heb ik al lang opgegeven.  Ze is mijn biologische moeder en ik respecteer haar daarom.  Ik respecteer haar omdat ze me heeft grootgebracht op een volgens haar goede wijze.
Ik respecteer haar, omdat ze mijn moeder is.

Het heeft heel wat tijd in beslag genomen voor ik dit alles ben beginnen neerschrijven.  Het heeft evenveel tijd in beslag genomen om er mee naar buiten te komen.
Het neerschrijven, of eerder het van me afschrijven, kwam er onder de motivatie van René van Densen, mijn favoriete dichter en een schitterend mens.
Het naar buiten brengen wachtte enkel op het geschikte moment.  En dat moment kwam er op 14 mei 2017, Moederdag…

 

Moeder – Deel V

…of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Door de kentering kreeg ik mijn kans om van studierichting te veranderen.  Rechten studeren zat er al niet meer in.  Daar was het helaas te laat voor.  Ik nam de enige mogelijkheid die ik had om een stap vooruit te zetten echter met beide handen aan en ging voor Kantoorwerken.  Een A3-tje, maar het was beter dan niets.
Plusje: Handelsrechten en Persoonsrecht maakten deel van uit van de opleiding.  Ik moest op een totaal andere manier leren studeren wat me wonderwel lukte.
Moeder vond het maar niets en deed zoals gewoonlijk haar duit in het zakje om me te ontmoedigen.  Als er ook maar één examenperiode werd afgesloten met ook maar één percent minder tegenover de vorige examenperiode kon ik het wel schudden en kon ik opnieuw de Snit & Naad richting in.  Ik knokte me dan ook door elk examen door.  Ik moest en zou slagen.

Tot mijn voorlaatste jaar.  Het eerste jaar dat er sprake was van gemengd onderwijs.  Onze klas werd uitgerust met vier mannelijke exemplaren. Onze klas was de énige klas waar jongens in terecht kwamen.   Het volledige schooljaar verliep rustig en ik knokte rustig verder om steeds weer mijn doel te behalen.  Tot het vakantie-examen er aan kwam.  Een van onze vakken was Informatica.  Het basic gedoe met daar wat theorie bij.  Tot mijn stomme verbazing bleek bij het uitdelen van de resultaten dat ik een regelrechte buis had verdiend op het vak.  Ik snapte er niets van.  Moeder was in haar nopjes.  Vader kon het ook niet geloven.  Echter, het stond zwart op wit: ik had het genoegen de ganse vakantieperiode te spenderen aan studeren.  De materie van het volledige schooljaar kon ik nogmaals doormalen.  Voor moeder een uitermate geschikte manier om me twee maand alles te ontzeggen en me zo goed als op te sluiten.

Twee zonnige vakantiemaanden werden een ware marteling voor me.  Ik was negentien, vriendinnen wilden me opzoeken, gaan stappen, uitstapjes maken.  Niks werd echter toegelaten door moeder.  Die tweede zit he… dààr verdien je zulke uitjes niet mee.
Ik geloof dat die twee vakantiemaanden de meest trage van mijn leven zijn geweest.  Maar ik kwam ze door en tweede-zit dag brak aan.  Ik kende mijn materie op mijn duimpje.  Net zoals vóór de vakantieperiode, want ik voelde helaas geen verschil in mijn materiekennis.  Maar het verschil moet er geweest zijn want ik slaagde in de tweede-zit.

Enkele dagen later was er een afspraak met de schoolraad en mijn ouders.  Toen kwam de kat op de koord.  Bleek dat, omdat de vier jongens ook gebuisd waren op het bewuste vak, er een meisje mee moest gebuisd worden teneinde de jongens niet het gevoel te geven dat ze geviseerd werden.  Dus werd er gekozen voor het meisje met “het minste” aan punten op het vak en “de meest stille” omdat dat de kans op problemen zou minimaliseren.  Ik had “maar” 71% behaald én was de meest stille.

Toen vader dit vernam was hij verontwaardigd dat het met geen woorden te beschrijven was.  Moeder filterde dat verhaal eruit en bleef bij het feit dat ik een buis had gehad bij afsluiting van dat schooljaar.  Iets wat nog regelmatig te pas en te onpas ter sprake werd gebracht. Hoe vader er ook tegen in kwam telkens ze het verhaald opdiste, het maakte haar niet uit. Vader kreeg steeds weerwerk: “Ze wàs gebuisd, punt! Had ze méér behaald dan zouden ze hààr er niet uitgepikt hebben.  Maar ja, wat wil je…”

*wordt vervolgd

 

Moeder – deel IV

..of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Tussen moeder die er een sport van maakte me systematisch te kleineren, denigreren en af te breken en de pesterijen van de bende van vier brokkelde mijn zelfvertrouwen steeds meer af.

Moeder kon het niet laten me steeds te vergelijken met mijn nichtje.  Zij had wèl een A2 op zak, was getrouwd met een politieagent die er op de koop toe ook nog eens goed uit zag, kreeg twee kinderen, bouwde een eigen huis en was een stevige carrière aan het uitbouwen aan de Universiteit van Brussel als personal assistent van een Professor Sport en Geneeskunde.  Moeder zag mij al aankomen, met mijn diplomaatje Snit en Naad, een nietsnut waar ze tegen niemand over kon uitpakken.  Dus pakte ze maar uit met mijn nichtje.  De fierheid waarmee ze andere mensen over mijn nichtje vertelde deed soms vergeten dat ze zelf òòk een dochter had.

Drie jaar hield ik het vol.  Drie volle jaren beet ik me door elke dag door.  De pesterijen werden heftiger en heftiger.  Tot die ene dag dat ik het niet meer zag zitten nog maar één dag terug naar school te gaan.  Het was winter.  Vijftien jaar oud.  Een koude regenachtige winterdag besloot ik dat het maar gedaan moest zijn.  En in plaats van naar school te fietsen, nam ik richting snelweg.  Ik dropte mijn fiets in de buurt en liep de snelweg op.  En begon te liften.  Mijn doel had ik in het achterhoofd: Givet, een dorpje net over de Franse grens.  Vraag me niet waarom, vraag me niet wat ik er zou doen eenmaal ik er was… Daar had ik totaal niet over nagedacht. Enige wat ik wist is dat ik dààr heen wou.  Ik kende de weg gezien mijn ouders steeds de vakantieperiode doorbrachten in de buurt.  Al snel werd ik opgepikt door een vrachtwagenbestuurder die me een groot deel van de weg kon mee nemen.  Op de vraag waarom ik in mijn eentje op pad was kreeg hij een ontwijkend vaag antwoord met iets van “moeder in het ziekenhuis en vader ginder bij haar”… Hij zal er ook wel het zijne van gedacht hebben.
Een paar uur later stond ik daar dan.  Boterhammetjes opeten op een bankje, wat rond kuieren in mijn geliefd dorpje, winkeletalages wat bekijken.  Het werd valavond en ik was zo ver van huis.  Wat nu? wat moest ik nu gaan doen? Het enige antwoord dat ik kon verzinnen was “terug naar huis”.  Met hangende pootjes vatte ik de terugweg aan.  Zelfde scenario, andere richting.
Enkele uren later stond ik op dezelfde plek waar ik die ochtend vroeg mijn fiets had achtergelaten.  Fiets weg.  Aanbellen aan het dichtstbijzijnde huis was gelukkig onmiddellijk raak.  De man die er woonde had mijn fiets binnen geplaatst.  Hem beschrijven was voldoende om hem terug in handen te krijgen.

Tijdens de fietsrit naar huis zonk de moed me in de schoenen.  Het was ondertussen reeds acht uur ’s avonds, donker en de regen viel opnieuw met bakken uit de hemel.
Kletsnat kwam ik thuis aan, maar dat zou het minste van mijn zorgen blijken te zijn.  Al direct zag ik dat de dingen niet waren zoals normaal.  De garagepoort stond open, de auto van mijn vader was weg.  Iets wat nooit op dàt tijdstip het geval was.  Stilletjes plaatste ik mijn fiets in de garage en sloop achteraan de tuin in, naar het kippen- en konijnenverblijf, om me daar nog even te verstoppen.  Na enige tijd hoorde ik de wagen van mijn vader binnen rijden.  Het werd tijd om mijn moed te verzamelen en de consequenties van mijn daden te ondergaan.  Vader had mijn fiets reeds zien staan dus wist dat ik thuis was.  Het was een kwestie van tijd voor ik boven water zou komen en vader en moeder zaten me op te wachten in de keuken.  Nodeloos te zeggen dat het het grootste feest van mijn leven werd.  Wel verdiend, natuurlijk.  Toen bleek dat mijn ouders reeds de ganse dag op zoek naar me waren geweest doordat de school hen gewaarschuwd had dat ik onwettig afwezig was.

Tijdens hun bezoek aan de directrice die dag kwamen de pesterijen, waar het lerarencorps op de hoogte bleek van te zijn, eindelijk aan het licht.  Betrokken leerlingen werden ontboden op het secretariaat en ondervraagd in het bijzijn van mijn ouders.  Vader wist niet wat hem overkwam toen hij al de verhalen te horen kreeg van het lerarencorps.  Moeder zat er onverschillig bij en zweerde bij hoog en laag me de kop in te slaan als ze me terug zag.  Het werd echter duidelijk op school dat er een fundamenteel probleem was dat dringend diende aangepakt te worden teneinde ergere problemen te vermijden.  Vader stemde in, moeder vond dat ik maar moest plooien en stoppen met onnozel doen.  De bende van vier bleef, tegen de getuigenissen van het lerarencorps in, beweren dat er niets van aan was van dat alles.  Vader schaarde zich voor de eerste keer in mijn leven achter me, tegen moeders wil in.

Ja, ik heb die dag èn de volgende dagen gezweet.  De ene straf op de andere volgde.  Maar er kwam wel een kentering dankzij de steun van vader.  Indien ik dat schooljaar slaagde, mocht ik het volgende schooljaar naar een andere school en eindelijk de richting inslaan die ik graag wou.  Weliswaar een stapje lager dan mijn ultieme doel, maar ik kon eindelijk ontsnappen uit die gehate Snit en Naad richting.  Vanaf die dag deed moeder niets anders dan herhalen dat ik toch niet zou slagen en al snel terug zou zijn waar ik vandaan kwam.  Vader moedigde me, achter haar rug om, aan.  Ik slaagde met glans, haalde dat schooljaar een eindresultaat van 92%.  Deze keer was het moeder die moest buigen.  Voor de allereerste keer in haar en mijn leven had zij de duimen moeten leggen voor mij.  Iets wat haar helemaal niet zinde, wat ze van niemand pikte en wat ik de komende jaren zou moeten blijven bekopen.

*wordt vervolgd

 

Moeder – Deel III

…of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Het bleef echter niet bij kleine akkefietjes.  Beetje bij beetje nam het grotere proporties aan.  Uiteindelijke bedoeling was steeds van me van de rest te isoleren zodat niemand ter verdediging van dit persoontje zou kunnen optreden.  De keren dat de snelbinder hopeloos vast werd gedraaid in het achterwiel van mijn fiets zijn ontelbaar.  Of ik nu de tijd wou nemen het ding los te krijgen òf te voet met de fiets aan de hand en het achterwiel opgelicht naar huis ging maakte niet uit.  De bende van vier hadden afgesproken met enkele jongens om na school even wat pret te maken.  Een duw, een por, aan de haren sleuren, in een hoek dringen… het hoorde er gewoon bij.  Het kwartier te voet naar huis was dikwijls de langste wandeling ooit.

Fietspomp ontvreemd en fietsbanden plat, fietsketting eraf gegooid tot simpelweg fiets weg, het begon deel uit te maken van een bijna dagelijks stramien.  Na verloop van tijd was een dag zonder gepest een ware verademing.  Ik was warempel blij als een van de bende van vier ziek gemeld werd.  Hoe langer de ziekte duurde, hoe blijer ik werd.  En al helemaal als het de aanvoerster van de bende van vier betrof.
Ach, als kind kan je al deze dingen minder in perceptie plaatsen en lijken ze onoverkomelijke problemen.  Thuis bleef ik het probleem doodzwijgen.  Moeder zou het enkel maar bagatelliseren.  Of erger: ze zou me waarschijnlijk nooit geloven.  En als, als ze me dan toch zou geloven, wat dan? Stel dat ze naar school zouden stappen.  Dat zou het allemaal nog erger maken.

Naarmate ik ouder werd, werd moeder er niet zachter op.  Integendeel.  En de pesterijen werden er ook niet minder op.  Ik toonde me hard, vertikte het ook maar één traan te laten waar de bende van vier bij was.  Maar diep van binnen werd er steeds weer een klein stukje van me afgebroken.

Eén keer werd het me echt te veel.  Tijdens het sportuurtje ergens net na Nieuwjaar hadden de vier het lumineuze idee opgevat om een potje kopspelden leeg te gooien binnen in mijn jeans.  De jeans werd netjes opgevouwen en terug op de stoel gelegd.  Ik kon al vermoeden dat er wat aan de hand was door het gegniffel en voelde hun ogen in mijn rug branden.  Op het ogenblik dat ik mijn jeans aantrok en een groot deel naalden in mijn benen en billen voelde krassen weerklonk een luid gelach achter me.  Op dat moment sloegen de stoppen bij me door en zonder nadenken trok ik de jeans weer uit om me achter de aanvoerster aan te schieten.  Als een haas schoot ze er vandoor, naar buiten toe.  In de sneeuw.  Het kon me echter niet deren en in ondergoed en blootsvoets liep ik achter haar aan naar buiten.  Zo hard ik kon rende ik tot ik dicht genoeg was om haar bij de haren te grijpen en tegen de vlakte te trekken.  “Bitch fight” in de sneeuw, een pak haren in mijn hand.  Ik weet niet wat ik toen allemaal gedaan heb maar achteraf hoorde ik dat het er niet netjes uit zag van op afstand.  De andere drie hadden ondertussen snel alle kopspelden verwijderd en ik stond zonder bewijs, uitgezonderd van de bloedende krassen op mijn benen.  Gevolg: ik werd gestraft, de aanvoerster niet.

*wordt vervolgd

 

Moeder – Deel II

…of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Maar alles went.  Zo wende ikzelf ook aan het meppen krijgen.  Moeder moest dus harder gaan meppen.  Maar dàt deed hààr ook pijn en dàt kon niet de bedoeling zijn.  En moeder ging op zoek naar een alternatief.  Dat alternatief vond ze in een bezemsteel.  Na een paar keer vond ze het echter niet praktisch genoeg: de tijd dat zij bij de bezemsteel was, had ik me al lang op mijn kamer verschanst en de deur op slot gedraaid.  Iets wat haar nog furieuzer maakte uiteraard.  Ik kon dan ook niet anders dan pas opnieuw boven water komen wanneer vader thuis kwam van zijn werk.  Dàn was ik veilig.

De bezemsteel diende vervangen te worden.  Een schoen met naaldhak passeerde ook de revue.  Als een messenwerper gooide ze het ding mijn richting uit.  Die dag moet mijn engelbewaarder op mijn schouder hebben gezeten mèt extra versterking want de punt van de hak raakte me op wel geteld een halve centimeter van mijn rechteroog.
Vermoedelijk was het dàt wat haar bij haar finale “wapen” bracht: de pantoffel.  Handzaam, steeds dicht in de buurt, een verlengde van haar eigen hand.  Die hebben hun dienst bewezen tot ik achttien werd.

Mijn armen hebben meer dan eens de mooie tekeningetjes van pantoffelzolen vertoont.  Van puntjes over cirkeltjes naar bloemetjes.  Soms overtekende ik ze zelfs met balpen.  Ze kende zichzelf echter een bonuspunt toe als ze er in slaagde me in mijn aangezicht te raken.

Nee, moeder was niet snel tevreden met me.  Ze was niet snel tevreden, tout court.
Op mijn twaalfde had ik voor mezelf beslist: ik wou graag Rechten studeren.  De balie, onrecht aanvechten,… Ja, ik zag het helemaal zitten.  Om hier toe te komen diende ik vooreerst een A2 te bemachtigen.
Ik had jammer genoeg geen rekening gehouden met wat moeder er van zou vinden.  En die was niet akkoord met mijn wens.  Moeder overhaalde vader en samen besloten ze de resultaten van de oriëntatietest op te volgen.  Die oriëntatietest was afgenomen in een school waar Snit & Naad op het schoolprogramma stonden.  En wat bleek? Volgens de oriëntatietest was ik enkel geschikt voor…juist: Snit & Naad.

Alsof dat niet genoeg was kwam er vanaf dat moment een nieuwe factor bij: gepest.
Een viertal meiden bleken in mij het ideale slachtoffer te zien.  Het begon met kleine pesterijtjes. Boekentas bovenop een hoge kast gooien, studieboeken uit de lessenaar laten verdwijnen, jas wegstoppen in de winter, fiets tegen de muur plaatsen en zeker veertig andere fietsen ervoor plaatsen.
Ach, op die leeftijd voel je je wel geïntimideerd door zo een bende van vier, maar je probeert het niet te tonen.
Wie weet zouden ze daarmee wel stoppen.  Ik bracht de euveltjes thuis ook maar niet ter sprake.  In tegenstelling trachtte ik zo rustig mogelijk door het eerste middelbaar te raken.  Het was al een ganse opgave om een richting te studeren waar ik absoluut geen voeling mee had.  Laat staan dat ik het gepest nog eens ter harte zou nemen.

*wordt vervolgd

 

Moeder – Deel I

Zondag, 14 mei 2017.  Moederdag.  Twitter loopt vol van wensen voor de moeders en herinneringen om zeker en vast je eigen moeder niet te vergeten.
Ik bén haar niet vergeten.  Naar goede gewoonte heb ik haar gebeld om haar een fijne moederdag te wensen.

Er waren jaren dat ik meer deed.  Jaren bracht ik haar bloemen of pralines.  Bloemen die ze koeltjes in ontvangst nam, pralines die direct de koelkast in belandden.  Ik merkte de vreemde reactie wel op, doch stond er niet bij stil.  Want zo was moeder.

Moeder was altijd al een apart mens.
Het mocht duidelijk zijn dat ze om te beginnen al geen moeder wenste te worden.
En toch ben ik geen ongelukje.
Ik kwam ter wereld omdat het voor moeder de laatste mogelijkheid was om niet uit huis te moeten gaan werken.  Alle andere redenen waren reeds opgebruikt en volgens de dokter des huizen was dat nog de enige mogelijkheid die kon ingeroepen worden.
Dus werd moeder zwanger en 38 weken later kwam ik ter wereld.
Héél even was moeder blij dat ik er was.  Het was namelijk een rotzwangerschap geweest.  De bevalling verliep ook niet echt vlot en vader, die eigenlijk graag twee kinderen wou, vond het allemaal net iets te beangstigend om het ganse avontuur een tweede keer aan te gaan.  De held op sokken.  Achteraf bekeken zeg ik “gelukkig maar”.
De blijdschap van moeder was echter van korte duur en thuisgekomen maakte ze al snel plaats voor onverschilligheid.  Onverschilligheid die vergoelijkt werd onder de noemer “ze huilt te veel” waardoor ik in mijn eerste acht levensmaanden door twee tantes werd verzorgd in plaats van door moeder.  Kampte moeder met een postnatale depressie? Wie zal het zeggen.  In die tijd was de enige gekende depressie meteorologisch gerelateerd.  Jonge moeders konden enkel maar doen wat van hen verlangt werd en verder hopen op wat hulp van gezinsleden en naaste familie.
Hoe mijn “babytijd” verder verliep is een mysterie.  Uitgezonderd een klein aantal foto’s en enkele korte verhaaltjes werd er nooit echt veel over verteld.

Fracties van mijn eigen herinneringen beginnen ergens rond mijn vierde of vijfde levensjaar met de Sint.
Een oom offerde zich elk jaar op om verkleed als de Goede man een bezoekje te brengen.  Uiteraard werd steevast van de gelegenheid gebruik gemaakt om me even goed bang te maken zodat ik zeker braaf zou zijn de komende twaalf maanden.  Ik kon die avond de ogen niet afhouden van de voeten van de brave man.  Aan die voeten prijkten een paar pantoffels.  Pantoffels die zo specifiek waren dat ik ze onmiddellijk herkende.  “Oom heeft net dezelfde pantoffels!” prevelde ik zachtjes doch net niet onhoorbaar genoeg.  Voor moeder het teken om al direct een einde te maken aan het Sint-verhaal.  Er werd geen moeite gedaan om een geloofwaardig verhaal op te dissen.  Nee.  Integendeel.  De baard van de Sint werd ostentatief verwijderd door moeder.  “Dààr zijn we vanaf ! Voorbij die achterlijke toestanden !”.  En moeder voelde zich blij, moeder voelde zich goed.
De daaropvolgende jaren kwam er nog wel een Sinterklaasgeschenk, maar de Sint kwam nooit meer over de vloer.  Ik wist dat moeder en vader de Sint waren.

Mijn dagelijks leven verliep gewoontjes, zij het wel met teugels die strak aangespannen werden door moeder.  Moeder was streng.  Moeder’s doelstelling was een kind groot brengen dat ook “luisterde naar een blik”.   Daarom strafte moeder al snel kleine en grote foutjes af door een mep.  Haar favoriet was een mep regelrecht in het gezicht.  Moeder genoot er namelijk van om een minuutje na de mep de roodheid op de wang te zien in de vorm van haar hand.  Een echte stevige zag je zelfs de vorm van de vingers.  Hoe groter de fout in haar ogen, hoe harder de mep.  Of er gezelschap bij was of niet maakte niet uit.  Maar ik mòcht nièt huilen.  Nooit! Huilen kon ze nièt hebben.  Huilen maakte  haar boos.  Dus beet ik mijn onderlip kapot in plaats van te gaan huilen.
Keer op keer weer, want moeder was heel erg strikt en streng.

Regelmatig was moeder ook vindingrijk en ging mee met het moment.  De mep was standaard.
Doch geregeld probeerde moeder iets nieuws uit.  Kwestie van er variatie in te brengen.
Ik herinner me een mooie zomeravond in mijn achtste levensjaar.  De rozen in de tuin hadden een magische aantrekkingskracht op me.  Steeds was ik op zoek naar die éne, perfecte roos.  Die ene waar geen enkel rozenblaadje van beschadigd was.  Waar de blaadjes mooi fluweelachtig waren.  Deze rozen waren zeldzaam in de tuin dus vond ik er zelf maar iets op en verwijderde de beschadigde rozenblaadjes.  Dit was de buurvrouw niet ontgaan en op een dag maakte ze een opmerking.  Achtjarige ik maakte toen een fout.  Achtjarige ik repliceerde ietsje te stout.  En achtjarige ik zou het een paar dagen later geweten hebben.  Die bewuste zomeravond werd moeder door de buurvrouw op de hoogte gebracht van het iets te stoute antwoord.  Achtjarige ik werd prompt bij moeder geroepen, in de tuin. Moeder zou wel eens tonen hoe ze achtjarige ik aanpakte.  Achtjarige ik mocht op blote knieën in het grint gaan zitten, vlak vóór de buurvrouw.  En de buurvrouw mocht beslissen wanneer achtjarige ik opnieuw rechtop mocht staan.  Achtjarige ik was de buurvrouw zo erg dankbaar dat ik het maar een paar minuten moest volhouden.  Zelfs op enkele minuten zat het grint in de knieën gedrukt en bleven er in zitten bij het op staan.  Maar achtjarige ik heeft nooit meer een iets te stout antwoord gegeven aan de buurvrouw.  Want de buurvrouw had me “gered”.

*wordt vervolgd

 

Wat een gedoe…

Ik maak nu alweer meerdere maanden officieel deel uit van het zogenaamde Happy Singles Clubje.  En ja, happy ben ik heel zeker.  Dikwijls.
Sinds seconde één geniet ik van de ‘afwezigheid’ van de ex.  Geen moment mis ik hem.  Integendeel.
Ondanks de afstand tracht hij verder te manipuleren, maar ik kan er nu met veel meer gemak aan weerstaan en voluit ‘nee’ zeggen.  Ik geniet van de rust in huis zonder hem, het niet op de toppen van mijn tenen moeten lopen.

Tot twee keer toe trachtte de ex opnieuw in de woning in te trekken, tegen de afspraken in en met de nodige voorwendsels en leugens.  Geen haar op mijn hoofd dat dàt idee ook maar één seconde overwoog.  Ik wou de net teruggevonden rust niet in rook zien opgaan.

Ik ben echter niet gemaakt om alleen door het leven te blijven gaan.  Een Echte Happy Single for Life zal ik nooit worden.  De angst om opnieuw met mijn bek tegen de vlakte te gaan zit echter diep.  De wil die is er zeker. Maar het lijkt wel of ik niemand meer durf te vertrouwen.
Ik heb tevens de indruk dat in onze huidige maatschappij er niemand nog gewoon gaat voor een langdurige stabiele relatie.  Seks blijkt te primeren boven alles.  Enkele keren een pleziertje hebben en door naar de volgende.  Vooral niet te vaak met dezelfde persoon want dat zou wel eens nefaste gevolgen kunnen hebben.  Stel je voor dat er gevoelens zouden de kop opsteken. Dat kan niet, dat màg niet.

Dit vormt een extra bijkomende reden waarom ik zo voorzichtig ben.  Oh ja, er zijn mannen die wel eens op stap willen.  Een terrasje, biosje, of wat dan ook dat ze weten dat ik leuk vind…  Maar nog voor het zover is komt al snel naar boven waar ze werkelijk op uit zijn.  En daar stopt het dan ook direct voor mij.
Noem me ouderwets, antiek of wat dan ook: one night stands zijn niks voor mij.

Daar ontstaat een groot deel van mijn wantrouwen.  Wanneer ik een klik voel, komt gelijk de angst mee naar boven.  Is de klik wederzijds? Gemeend? Is het maar niet doen alsof om een home run te scoren?
Ik linkte dat gedrag tot nu toe aan tieners en twens.  Niets blijkt echter minder waar.  De prille dertigers, gelukkige veertigers, de vijftigers en -plussers doen lustig mee in deze nieuwe ‘trend’.  Een waar gedoe om je weg er tussen te vinden.

Daar val je dan midden in en moet je het kaf van het koren trachten of leren te scheiden.  Tegelijk moet je leren opnieuw vertrouwen krijgen en jezelf toch open te stellen.
Maar toch ook weer niet te veel zodat je niet de indruk geef easy te zijn.

Die gulden middenweg vinden is niet makkelijk.
Waarschijnlijk ‘voel’ je het wel wanneer je de juiste tegenover je hebt. Met wie de klik echt is voor beide.

Tot dan blijf ik maar lid van dat clubje en bouw mijn leven rustig uit.

 

De Bucket list – deel II

De meesten onder ons hebben ‘hem’ wel, die bucket list.  De ene heeft hem netjes op papier neergepend, de andere houdt hem in het achterhoofd.  Lange lijsten, korte lijstjes, haalbare punten of onmogelijke zaken, iedereen heeft wel enkele dingen die men absoluut toch één keer wil gedaan hebben vooraleer de pijp aan Maarten te geven.
Mijn bucket lijst? Die staat hier op mijn blog.  Een vrij realistische lijst volgens mezelf en toch weet ik dat enkele dingen voor altijd een droom zullen blijven.

Bijna een jaar na het plaatsen van de bewuste bucket list post besluit ik dat het maar eens tijd moet zijn om één van de punten aan te pakken.
En uiteraard gaat de keuze uit naar wat het meest haalbare punt van alles lijkt: de fotosessie.
Drie mensen op de wenslijst.  Een Nederlandse zanger, een Vlaams schrijver en een Vlaams acteur.
Van alle drie zou ik graag een zwart-wit reeks maken die hun persoonlijkheid naar voor brengt.
Foto’s die hun ‘zijn’ laten voelen.  Waarom zwart-wit? Omdat zwart-wit naar mijn gevoel nog meer de persoonlijkheid van het model laat spreken.  Niets van de omgevingskleuren leidt af.

Met de Nederlandse zanger sta ik reeds in contact; ik tracht hem een optreden in België te versieren.  Het zou zijn allereerste optreden op Belgische-Vlaamse bodem worden.
Maar kàn ik hem de vraag wel stellen of hij voor me wil poseren? Ik ben per slot van rekening maar een amateurfotografe.
Anderzijds, een nee heb ik, een ja kan ik krijgen.  En wie zijn dromen niet najaagt kan enkel maar blijven dromen.  Dàt kan toch niet het doel van een bucket list zijn.

Ik graai mijn moed bij elkaar en schets hem de situatie.  Om mijn vraag wat te ondersteunen voeg ik een link bij naar mijn online fotopagina en duw op de verzendknop.
Ik hoop, maar blijf realistisch.  De man heeft het zo druk, is met allerhande zaken bezig.  Het zou een mirakel zijn als hij mijn vraag nog maar zou beantwoorden.

Enkele dagen later verschijnt er een inkomend Messenger bericht op mijn telefoon.
Het is van Joost.  “Ha Nadine, geen vragen, geen opmerkingen. Alleen:
Meer kan ik niet lezen van het bericht.
Ik verwacht een negatief antwoord.  Iets van “Alleen: ik kan jammer genoeg niet ingaan op je vraag” of zo.
Even diep ademhalen en ik open het bericht.  Tot mijn grote verbazing dwalen mijn ogen over de woorden.  “Alleen: complimenten“….
Met nog groter ongeloof krijg ik te lezen dat hij vindt dat ik mooie foto’s maak en het geweldig zou vinden een keer voor me te poseren.
Tot vijf keer toe herlees ik die zin omdat hij maar niet volledig wil doordringen.  Lees ik het nu écht wel goed? Heb ik écht niet verkeerd gelezen zoals wel vaker gebeurd??
Ja hoor, het staat er echt: Joost wil voor me poseren!
En alsof het voorbestemd is meldt hij dat hij de foto’s wel heel graag in zwart-wit zou hebben.  Mijn lievelingsonderdeel in fotografie.

Het zal wellicht niet heel snel zijn gezien zijn drukke agenda.  Maar we spreken af om af te spreken.

Een wens, een punt op mijn bucket list gaat zich wel degelijk realiseren:  Joost zal voor mijn lens staan ! Yes!!

Het geeft mij alvast de moed om contactpunten te zoeken voor die twee andere luiken van die ene wens.  Indien iemand onder jullie toevallig de weg kent naar Herman Brusselmans of Axel Daeseleire dan hoor ik het graag.

Wordt vervolgt… uiteraard.

 

Dromen…

Dromen van echte liefde.  Van iemand die alles voor je over heeft en die jij zelf op een pied de stalle plaatst.  Dikwijls ging die gedachte door mijn hoofd.  Enkele keren dacht ik het gevonden te hebben.  Evenveel keren voegde een teleurstelling zich toe op de stapel.  De ene teleurstelling was al iets groter dan de andere, de ene was al pijnlijker dan de andere.

“De meeste dromen zijn bedrog” gaat het lied van Marco Borsato.  En zo was het ook.  Loze beloftes, ijle woorden.  Mooie woorden met op de bodem een laag opportunisme.  Opportunisme dat pas duidelijk werd toen de mooie woorden op waren.  Het ging niet om mij. Het ging niet om ons.  Het ging om hem zelf.  En weer volgde een ontgoocheling.
De laatste droom werd keihard aan diggelen geslagen.  Ik zal nog enkele jaren blootsvoets over de scherven moeten lopen.

Dromen van echte liefde durf ik haast niet meer uit angst opnieuw teleurgesteld te worden.  Uit angst opnieuw gekwetst te worden.  Door de ervaringen heb ik mezelf geleerd dat het niet voor me is weggelegd.  Wel voor anderen, maar niet voor mij.  Hoe graag ik het ook wil, hoe graag ik ook iemand wil overladen met de liefde die ik in me heb.

De angst is te groot geworden.  Ik durf me niet meer volledig te geven van bij het begin.  De woorden die mijn diepste gevoelens beschrijven en die ik zo graag zou willen uitspreken, blijven onuitgesproken.  Ik wil mezelf niet blootgeven.  Want me blootgeven is mezelf kwetsbaar maken.  En wanneer je kwetsbaar bent, ben je een makkelijke prooi.

Het druist in tegen wie ik ben.  Diep vanbinnen blijft de droom sluimeren dat iemand toch mijn pad zal kruisen die de woorden wel meent, bij wie ze wel uit het hart komen.  Iemand die niet met ‘ik’ maar met ‘wij’ denkt.  Die zijn armen om me heen slaat en bij wie ik weet, voel,  dat het goed is.  Bij wie ik kwetsbaar mag zijn zonder angst.

Ook al zijn de meeste dromen bedrog, ik blijf dromen.
Stilletjes hopen dat die ene daar buiten loopt
en onze ogen elkaar vinden
om nooit meer los te laten.

 

22 maart…2017

 22 maart 2016, de dag waarop Brussel samen met de rest van België even niet wist wat er gebeurde.  Vandaag een jaar geleden.

Waar ik was? Op exact dezelfde plek als nu: aan mijn bureau op een paar kilometer van waar het onheil plaats vond.  Ik hoorde gerommel in de verte alsof er een onweer zou gaan losbarsten.  Maar het gerommel klonk nét iets anders.
Gelijk met het gerommel kleurde de monitoringkaart knalrood in de luchthavenzone.  Er was wat aan de hand met de indoorstations.  Wat, dat wisten we nog niet.
Ik belde het contactpunt op de luchthaven, tevergeefs.  Dan maar een technieker uit de buurt optrommelen om hem ter plaatse te sturen.

Plots werd ik onderbroken door een por van een collega en een vinger die naar het televisiescherm wees… Ontsteld begon ik de berichtgeving te volgen.  Een aanslag…
Enkele seconden later zagen we de netwerkkaart opnieuw rood kleuren en een alarm geven in de buurt van een metrostation.
Zou het…? Onze vrees werd even later bevestigd door de berichtgeving: een tweede aanslag in het metrostation van Maalbeek.
Enkele maanden na Parijs bleek Brussel aan de beurt.
Iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden.
I.S. dwong deze keer ons, Belgen, op de knieën.  Met een grote haal werd een rauwe klauw door huid en vlees gehaald om het diepste van onze ziel te raken.

Maar net als Frankrijk en de andere getroffen landen voorheen, ging ook België weer snel rechtop staan en weigerden we toe te geven aan de angst.
Ons leven mag niet overheerst worden door dat gevoel.  Dat zou hen als overwinnaar bestempelen.  Dus herneemt België al snel zijn dagdagelijks leven.

Sindsdien blijft ons land hangen in alarmfase 3.  Nu nog steeds.  Evenementen worden steevast georganiseerd met extra veiligheidsmaatregelen.  Met regelmaat patrouilleren militairen in de buurt van onze gebouwen.
Een jaar later zijn er nog steeds tekenen die laten herinneren aan wat vorig jaar gebeurde. De gebeurtenis staat in ons geheugen gegrift.

Ondanks het feit dat ons leven opnieuw zijn gewone gangetje gaat, blijft er in mijn achterhoofd toch steeds de vraag spoken “Wie zal de volgende zijn? Wanneer zal het opnieuw gebeuren?”

… Wordt hopelijk NIET vervolgd…