Levensgreep

Hartsmomenten uit het leven gegrepen.

Wonen in kwetsbaarheid

Die plek in mijn hoofd, afgesloten voor iedereen.  Die plek waar alles weergalmt, gedachten met elkaar in botsing komen en elkaar overschreeuwen.  “Ik ben niets…Ik hoor nergens echt bij… Ben ik wel interessant genoeg?… Lelijk ook… Geef asjeblieft een heel klein beetje om me!!… Ik verdwijn wel naar de achtergrond… Eigenlijk ben ik in niets echt goed… Het kan niet meer dat iemand me echt wil.. Zie je wel? Ik loop enkel maar in de weg… Ik wil niet storen…”

Gedachten op repeat.  Ik probeer ze te verdringen en tegen te spreken.  Mezelf wijs te maken dat ze onterecht zijn.  Er wordt me gezegd dat ik het fout zie en dat ze niet kloppen.  Even geloof ik het maar al snel kom ik weer bij het punt dat het maar woorden zijn.
De gedachten kunnen niet weg en laten mij niet gaan.

Ik wil daar niet zijn, in die diepste krochten van mijn hoofd.  Ik spendeerde er reeds veel te veel tijd.  Gedwongen door de gedachten. De uitgang opengooien, dàt wil ik.  Resoluut de deurkruk in de hand nemen en naar buiten stappen.  Niet één stap, niet twee… maar steeds verder vooruit.  De deur openlatend en alle gedachten laten wegwaaien.

Verder dan die ene stap kom ik niet.  Ik hoor woorden, wil ze vastgrijpen.  Écht vastgrijpen en de tweede stap naar buiten zetten.  Maar de woorden vervagen opnieuw.  Onafgemaakte zinnen moet ik zelf verder in elkaar puzzelen.
Ik wil niet meer storen om de rest van de zinnen te horen te krijgen.  De gedachten zuigen me terug naar binnen en de ruimte in mijn hoofd lijkt heel even een veilige bunker.  Niemand komt er in zonder de juiste woorden.  Niemand krijgt me er uit zonder de zinnen uit te spreken die ik niet in elkaar wil puzzelen.  Fout gepuzzelde zinnen brengen enkel foute gedachten tot stand.
Dan ben ik liever onbereikbaar.  “Niets” voelen is een beter alternatief dan “afwijzing” en “eenzaamheid”.  Stoer, met een glimlach op de lippen de kwetsbaarheid verstoppen.  Mijn ware ik niet tonen is veiliger.

Ik wil die bunker verlaten, hem onbewoonbaar verklaren.  Het ìs geen veilig vluchtoord; het is een gevangenis waar ik in gestopt werd. Een kale ruimte zonder gezelschap, zonder aandacht, zonder genegenheid.  Een krot waar een hart in woont.  Een hart met een dunne wand, waar zomaar iemand die het echt wil doorheen kan walsen.  Want ik wil leven, lachen, zingen, huilen, dansen en liefhebben en dat doe je niet alleen.

 

 

Dromen…

Dromen van echte liefde.  Van iemand die alles voor je over heeft en die jij zelf op een pied de stalle plaatst.  Dikwijls ging die gedachte door mijn hoofd.  Enkele keren dacht ik het gevonden te hebben.  Evenveel keren voegde een teleurstelling zich toe op de stapel.  De ene teleurstelling was al iets groter dan de andere, de ene was al pijnlijker dan de andere.

“De meeste dromen zijn bedrog” gaat het lied van Marco Borsato.  En zo was het ook.  Loze beloftes, ijle woorden.  Mooie woorden met op de bodem een laag opportunisme.  Opportunisme dat pas duidelijk werd toen de mooie woorden op waren.  Het ging niet om mij. Het ging niet om ons.  Het ging om hem zelf.  En weer volgde een ontgoocheling.
De laatste droom werd keihard aan diggelen geslagen.  Ik zal nog enkele jaren blootsvoets over de scherven moeten lopen.

Dromen van echte liefde durf ik haast niet meer uit angst opnieuw teleurgesteld te worden.  Uit angst opnieuw gekwetst te worden.  Door de ervaringen heb ik mezelf geleerd dat het niet voor me is weggelegd.  Wel voor anderen, maar niet voor mij.  Hoe graag ik het ook wil, hoe graag ik ook iemand wil overladen met de liefde die ik in me heb.

De angst is te groot geworden.  Ik durf me niet meer volledig te geven van bij het begin.  De woorden die mijn diepste gevoelens beschrijven en die ik zo graag zou willen uitspreken, blijven onuitgesproken.  Ik wil mezelf niet blootgeven.  Want me blootgeven is mezelf kwetsbaar maken.  En wanneer je kwetsbaar bent, ben je een makkelijke prooi.

Het druist in tegen wie ik ben.  Diep vanbinnen blijft de droom sluimeren dat iemand toch mijn pad zal kruisen die de woorden wel meent, bij wie ze wel uit het hart komen.  Iemand die niet met ‘ik’ maar met ‘wij’ denkt.  Die zijn armen om me heen slaat en bij wie ik weet, voel,  dat het goed is.  Bij wie ik kwetsbaar mag zijn zonder angst.

Ook al zijn de meeste dromen bedrog, ik blijf dromen.
Stilletjes hopen dat die ene daar buiten loopt
en onze ogen elkaar vinden
om nooit meer los te laten.

 

Ik ben Single… So what?

Iedereen die mijn blog nog maar een klein beetje volgt weet dat mijn huwelijk voorbij is.  De nu ex wou scheiden.  So be it.  Het huwelijk bestond toch al jaren enkel nog maar op papier dus een bijkomend papiertje dat ons eindelijk los van elkaar maakte was de beste oplossing.
Valentijn 2017 kreeg een extra dimensie.  Nèt die dag moesten de ex en ikzelf verschijnen voor de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg voor de scheiding.  Eenmalig want het gedoe met drie keer voorkomen om duidelijk te maken dat je écht wel wìl scheiden is al lang voorbij.
Uitspraak: drie dagen laten.  Òòk alweer een stap vooruit tegenover vroeger waar je makkelijk drie maand kon wachten op de uitspraak.
Ik ben dus sinds 17 februari 2017 opnieuw ‘vrijgezel’.  Officieel ‘gescheiden’ maar dat stigma ligt me niet zo en ik hou het dus lekker op ‘vrijgezel’ of ‘single’.

Het was echter nog niet zover en ik kreeg al de opmerking dat ik gerust naar iemand nieuw op zoek mocht gaan.  Iemand nieuw? Ik had pas de rust in mijn leven terug gevonden, kon pas opnieuw ademhalen.  Geen sprake van dat ik al direct iemand nieuw in mijn leven zou binnenlaten.  Misschien blijf ik wel voor altijd alleen (grapje uiteraard).  Onthutste blikken kwamen mijn richting uit. Alleen blijven?? Dat kun je toch niet menen??
Het is blijkbaar ontoelaatbaar dat iemand bewust single zou blijven.  Wat je verhaal ook is, wat de reden tot deze keuze ook mag zijn: single blijven, bewust? Nee dàt kan niet!

Niet enkel mijn directe omgeving lijkt dit een abnormale ingesteldheid te vinden.
Het blijkt gewoon een algemene opinie te zijn.  Ben je single? Dan moet je zo snel mogelijk aan de man of vrouw!
En daar wordt àlles voor gedaan.  Datingsites, datingprogramma’s, datingapps, datinggroepen,… Noem het maar op en het bestaat.  Programma’s over blind trouwen tot naakt daten op een verlaten eiland… het is er allemaal.  Alle middelen zijn goed om toch maar een al dan niet gelukkig paar af te leveren.  Alwéér twee singles minder.  Missie geslaagd.  Op naar de volgende twee ‘gelukkigen’.  Of het werkelijk ‘gelukkigen’ zijn is zeer de vraag.
En het publiek volgt alles op de voet.

Dan kom je als nieuwe single in die maatschappij te staan en verkondig je dat je het best ok vindt om die status te dragen.  Met alle gevolgen van dien.  Met uitzondering van de andere singles die je wèl begrijpen, tracht het gros van de rest van je omgeving je al snel opnieuw te koppelen.  Maak hen maar diets dat je dàt net nièt wil.  Als nieuwe single hou ik me dus zo goed mogelijk staande tussen al wie zich zich plots geroepen voelt om dè winnende matchmaker te worden.  Ik voel me eindelijk goed in mijn vel weg van de ex, ik voel me eindelijk rustig en relax.

Laat me nu maar even van de rust en het leven genieten.
Nu ben ik single en zo is het goed.

 

Verliefd? Houden van?

Ik kreeg gisteren de vraag of ik makkelijk verliefd word.  Zonder aarzelen was mijn antwoord volmondig ‘neen’.  En dat is ook zo.  Ik word niet, nooit halsoverkop verliefd.  Ik geloof al helemaal niet in liefde op het eerste zicht.  Ook niet in verliefdheid op het eerste zicht.  Het zijn gevoelens die langzaam groeien bij me.

Blijkbaar worden heel wat mensen hoteldebotel verliefd vanaf het eerste moment dat ze elkaar zien.  Ik weet van bij het begin of ik me goed voel bij iemand of niet.  Of ‘het’ goed voelt.  Ik kan dol zijn op iemand van bij het begin, genieten van het gezelschap en het contact.  Ik vind het dan ook fijn tijd met die persoon door te brengen.  Verliefd worden groeit daaruit wanneer dat goed gevoel blijft.
De vlinders in de buik zijn er wel, maar ze dienen zich eerst te ontpoppen uit hun cocon.  En dàn pas is er dat moment dat ik inderdaad verliefd ben.  Doordat dit reeds wat tijd in beslag neemt, ben ik dan ook zeker van mijn stuk, zeker van mijn gevoel.  Zeker dat het verliefd zijn ook verder zal doorgroeien naar het echte “houden van”.  Want ook houden van is iets wat niet in één seconde bij me komt.  Ook hier is weer wat tijd mee gemoeid.

Soms ben ik jaloers op die mensen die deze processen in recordtempo doorlopen.  Die dat gegeven van “liefde op het eerste gezicht” wèl kennen en beleven.  En die er dan ook nog zeker van zijn.
Anderzijds ben ik blij dat het bij mij anders gaat.  Het duurt langer voor de gevoelens om te intensifiëren. Het zorgt er wel voor dat alle gevoelens echt zijn op het moment dat ik ze uit en dat ik er voor de volle 100% voor ga vanaf het begin.  Niets of niemand kan daar tussen komen.  Niets of niemand wordt toegelaten er tussen te komen onder welke omstandigheden dan ook.

Het is gewoon hoe ik ben, hoe ik functioneer.  Zo is het altijd al geweest. Het is moeilijk uit te leggen en misschien ook moeilijk te snappen.
Ja, dat hals over kop verliefd worden lijkt me echt wel mooi en intens om te voelen, te ondergaan.
Snel nog even een lief scoren om mijn verjaardag samen mee te vieren of voor Valentijn dit jaar zit er niet in voor mij.
Tenzij het met iemand is waar ik me nu al goed bij voel…

 

Einde van een verhaal

boek1Het boek is bijna uit.  Er resten nog maar enkele bladzijden van het verhaal.
Het verhaal waar twee mensen elk hun eigen weg gaan na jaren samen hetzelfde pad bewandelt te hebben.
Een verhaal van weinig geluk.  Een verhaal dat niet geschreven had mogen worden.
Er was die hoop, bij het begin.  Hoop dat het, na veel geworstel, toch zou goed komen.  En heel even was het ook zo.
Heel even waren er momenten van geluk.

En er was het vertrouwen.  Het vertrouwen dat de relatie sterk genoeg was om te overleven.  We hadden reeds enkele woelige waters samen doorzwommen en overleeft.

We zouden de toekomst ook wel overleven. We zouden alles wel aankunnen.  We hadden elkaar.  We zouden ons aan elkaar vastklampen.

Maar ik was fout. De waters kwamen nooit echt tot rust.  Ze kabbelden rustig aan de oppervlakte, doch verborgen een sterke onderstroom.  Bij zware stormen kon er geen rustig water gevonden worden om even op adem te komen.  Elke storm vermoeide ons steeds wat meer.  Bij elke storm ging je je meer aan me vastklampen en sleurde je me mee.  Je creëerde je eigen stormen in je hoofd en liet ze ‘ons’ impacteren.  Ik probeerde vaste voet te vinden maar worstelde tegen de stroming, vocht om het hoofd boven water te houden.  En ik zweeg voor de lieve vrede.

Het mocht uiteindelijk niet baten.  Het schip strandt waar het strandt.  We gaan nu elk onze eigen weg gaan.  Verder en verder uit elkaar.  Ik heb geen spijt dat de laatste bladzijde zich aankondigt.  Want ik ga rust tegemoet.  Rust in mijn leven en rust in mijn hoofd.  Ademruimte.
Ik hoef niet meer op jou te wachten en ter plaatse blijven trappelen.
Ik kan opnieuw vooruit gaan.
Mijn leven is opnieuw van mij.

 

Puzzelstukken van het leven

puzzel2We krijgen ze allen mee: de puzzelstukken van ons leven.
Rij voor rij werken we onze levenspuzzel uit met het stuk dat op dat moment aan de beurt is.
Af en toe willen we een puzzelstuk gebruiken maar het past net niet.  Omdat het te vroeg is, omdat het tijdstip niet klopt.
We moeten eerst nog enkele andere puzzelstukken gebruiken.

Naarmate ons leven vordert, vordert de puzzel mee.  Maar gaandeweg merken we dat sommige puzzelstukken echt nergens hun plekje vinden.  Dat zijn de puzzelstukken van onze dromen.  We houden ze echter nog even opzij want die dromen blijven sluimeren. We willen onze dromen niet opgeven.  Soms wil je leven echter helemaal niet passen rond die dromen.  Hoe hard en hoe dikwijls je het ook probeert, die puzzelstukken lijken nooit hun plek te vinden.

En dan kom je op dat moment in je leven waarop je moet beslissen.  Wat te doen met die puzzelstukken die maar niet willen passen.  Gooi je ze weg? Of blijf je ze opzij houden en blijf je dromen.  Of ga je er nu maar eens alles aan doen om dat puzzelstuk wèl te laten passen.  Ga je je leven anders inrichten zodat het stuk wèl kan passen? Misschien dat puzzelstuk ook lichtjes bijschaven.  Je droom zal realiteit worden, al dan niet aangepast.
Ik maak delen van mijn dromen waar.

Maar één welbepaald puzzelstuk heb ik reeds enkele keren trachten te gebruiken.  Het puzzelstuk van de liefde.  Ook deze keer paste het weeral niet zoals het zou moeten passen.  Ook deze keer moet ik het puzzelstuk opnieuw opzij leggen.
En deze keer zal het opzij blijven liggen.  Ik vertrouw er niet meer op dat het ooit zijn definitieve plekje zal vinden in de puzzel.  Maar ik gooi het niet weg.  Ik blijf het toch dicht bij me houden, veilig weggeborgen zoals voorheen.  Want wie weet komt het moment toch nog dat iemand het puzzelstuk in de hand zal nemen en in mijn puzzel zal plaatsen op de juiste plek waar het hoort, waar het naadloos past.

Ondertussen blijf ik zelf gewoon verder bouwen aan mijn puzzel en tracht de rest van mijn dromen nog waar te maken.

 

 

 

Nu even niet

images (2)
Het laatste jaar was er heel wat gebeurd in haar leven.
Ze hadden samen beslist dat hun huwelijk voorbij was.  Het bestond enkel nog op papier maar hij wou wel dat ze samen bleven leven onder hetzelfde dak.  Zij kon voorlopig niet anders dan er mee akkoord gaan.  Ze leefden elk hun eigen leven en hadden nog amper contact met elkaar.

Even later ontmoette ze een fijne man.
Op de paar maanden dat ze contact hadden met elkaar leek het alsof hij haar door en door kende.  De laatste keer dat ze mekaar zagen drukte hij haar op het hart op te komen voor zichzelf.  Ze besefte dat hij gelijk had.

De voorbije jaren was ze een deurmat geweest waar iedereen overheen liep.  Ze had zichzelf weggecijferd voor iedereen rondom haar.  Dàt ging ze achter zich laten. Ze zou haar plaats innemen waar ze recht op had, zowel fysiek als mentaal. Ze besefte dat ze niet iedereen hoefde te plezieren.  Dat ze niet iedereen ten dienste hoefde te zijn.  Ze was niet minderwaardig aan anderen, ondanks dat dit haar van kinds af aan ingeprent was.  Ze wàs evenveel waard als eender wie anders.
Ze had evenveel recht op haar plekje, op haar ruimte.  Wie zich daar niet kon in vinden restte maar één ding te doen en dat was opkrassen.  Wie dacht haar te kunnen laten aandraven wanneer het hen paste en haar verder geen aandacht gaf, kon opzouten.
Ze weigerde om nog “als vanzelfsprekend” aanzien te worden.  Eén toenaderingspoging van haar, een tweede, maar een derde zou er niet meer komen.
Ze zou zich niet meer opdringen bij mensen die haar niet echt waarderen of uit zichzelf tijd met haar willen doorbrengen.  Wie haar in zijn leven wou zou dit zelf ook moeten aantonen.
Wie haar in zijn leven wil, zou haar ook levend moeten houden.
Eénder wie…
Wie dit niet deed, verkeek ook zijn kansen op haar te kunnen rekenen wanneer het nodig zou zijn.  Het moest tweerichtingsverkeer worden van nu af aan.  Met iedereen.

Hààr leven, hààr toekomst.
Hij zou wel altijd een plekje in haar leven blijven hebben, net als het handjevol andere vrienden die ze had.  Maar het warme gevoel dat nog even had na gesluimerd was weggeëbd en  gereduceerd tot een vriendschapsgevoel.
En dat was nodig want enkel zo zou ze zich kunnen openstellen voor iemand anders.  Zo zou het fair zijn tegenover iemand nieuw.
Hoe zeer ze ook naar echte genegenheid snakte en zelf wou geven, ze moest dat even opzij zetten en even alleen door het leven stappen.  Hoe lang, dat wist ze niet.

Er zal een dag komen dat iemand haar pad zal kruisen, iemand die haar dezelfde genegenheid zal kunnen en willen geven.  Iemand die haar echt naar waarde schat en dat ook toont.  Ooit zal er een dag komen dat ze zich volledig zal kunnen open stellen voor die ene.  Ze zal al haar genegenheid en liefde opnieuw geven.

Ooit, maar nu even niet.

 

Jij

Aan die ene die er in slaagde me te kraken.

youbrokeme

Je liet me geloven dat ik de wereld was voor je.  Ik geloofde het.  Al snel bleek dit niet zo te zijn.
Je had je kantjes, “online bezigheden” zal ik ze noemen, waar ik het moeilijk mee had.  Je liet me geloven dat mijn reactie abnormaal was.  Met wie ik het ook besprak, er werd me op het hart gedrukt dat mijn reactie nìet abnormaal was.  Maar jij bleef volhouden.  En ik begon wat aan mezelf te twijfelen.

De bezigheden werden intensiever, mijn twijfel groeide steeds meer.  Steeds ik je ermee confronteerde draaide je de feiten dermate dat ik me uiteindelijk schuldig ging voelen.  En je kon weer even door.
Tot de dag kwam dat ik het niet meer pikte en je voor de keuze stelde : je bezigheden of ik.  Je koos voor mij.  Dat had je beter niet gedaan.

Je bezigheden bleven toen achterwege, alles kwam op het goede spoor en uiteindelijk trouwden we.  Maar je ontpopte je al snel tot een waar kruidje-roer-me-niet.  Raad aanzag je als kritiek, je reageerde boos en sloot je af van me.  Kritiek van jou moest ik te pas en te onpas slikken.  Een reactie van mij resulteerde dan weer in een boze reactie en je sloot je nog meer af.  De eerste stap tot goedmaken zette je nooit.  Een verontschuldiging heb ik nooit uit je mond horen rollen.  Want steeds was ìk fout, steeds was het mìjn schuld.  En ik ging weer meer aan mezelf twijfelen.  Ik trok mezelf terug in mijn schulp waar ik me veilig voelde en leerde te zwijgen wanneer je me weer eens verwijten naar mijn hoofd slingerde.

Fysieke aandacht heb je me nooit meer gegeven zoals je me die heel even in het begin gaf.  Je had er wèl een uitleg voor.  Je gebruik van anabole steroïden als jonge snaak van twintig zouden aan de basis gelegen hebben van je lage libido.  Bla bla bla… Wist ik veel.  Tot ik zelf op zoek ging naar informatie en tot de vaststelling kwam dat dat, op je veertigste, helemààl niet meer het gevolg kòn zijn.  Ik maakte de fout je met mijn bevindingen te confronteren.  Ja, de fout.  Want opnieuw was het resultaat hetzelfde.  Jij wist het wel, ik had er geen benul van.  Wie was ìk wel om jou te wijzen op iets wat ìk dacht dat niet kon terwijl jìj de kenner was?!  En had ik er ook misschien even aan gedacht dat je je misschien ook niet meer aangetrokken voelde tot mij? Dat het misschien aan mij, aan mìjn lichaam lag? BAM! Je slaagde er in één luttele seconde in mijn zelfvertrouwen als vrouw tot een minimum te herleiden.

Nog enkele keren heb je “een poging” gedaan zoals je het zelf noemde.  De periodes tussen die pogingen waren tergend lang.  Zes maand, een jaar,… Liefdevol waren ze niet te noemen.  Het kon ook moeilijk anders.  Je was opnieuw gestart met je online “bezigheden”.  Dààr kon je je in uitleven, dààr vond je vrouwen die je wèl aantrokken.  Jonge, mooie vrouwen.  Vrouwen met het perfecte lichaam.  Héél wat anders dan ik zelf (jouw woorden).  Eerlijkheidshalve moet ik het zeggen: je hebt het nooit tot een fysieke ontmoeting gebracht.  Steeds bleef het bij online contacten.  Gelukkig.  Mijn oprechte dank daarvoor.  Ik verbaas er mezelf over dat ik je nu hier nog voor dank ook.  Mijn zelfvertrouwen? Dat zakte een pak onder nul.  Het zit nòg altijd onder nul.

De eenzijdige beslissingen die je nam zijn ontelbaar.   Want jij was de man, jij had dat recht.  Steeds werd ik voor een voldongen feit gezet. Je besloot eenzijdig dat je zou stoppen met werken.  Mìjn loon was wel voldoende om van te leven.  Jij kon wel wat anders met je leven dan vroeg opstaan, gaan werken en je mond houden voor een baas.  Als “tegendienst” zorgde je voor het avondmaal, de boodschappen en hield het huis schoon.  Echter nooit zonder de nodige verwijten als ik, wééral eens, een paar schoenen niet in de kast had opgeborgen of per ongeluk een papier op de salontafel of waar dan ook had laten liggen.  Ik kon je maar beter niet als huismeid beschouwen! Want dàt zou helemaal niet goed komen.  Als dàt het geval was, dan kon ik het zelf maar beter doen.  En ik zweeg.  Ik zweeg om de lieve vrede.  Want dàt had ik ondertussen geleerd: zwijgen.

Je kon doen en zeggen wat je wou vanaf dat moment.  Je wist toch dat er geen weerwerk meer zou komen.  Want je wist dat ik een grondige hekel heb aan ruzie en gekibbel.  Fysiek liet je me nu ook volledig links liggen.  We leefden als broer en zus naast mekaar.  Een term die je boos maakte toen ik je er 5 jaar later op wees en liet weten dat het zo niet meer kon verder gaan.  Sindsdien ging het enkel maar berg af.  Nog meer dan voorheen.  Het was mijn schuld, volgens jou.  Mijn schuld omdat ik uitgesproken had dat ik het zat was, dat ik niet meer kon leven op de wijze waarop we ons leven leefden.  Mijn schuld dat ons huwelijk kapot is gegaan en volledig voorbij is.  Want ik had het nooit mogen uiten.

Jij, jij hebt me gekraakt en gebroken, je hebt me mijn eigenwaarde ontnomen, mijn zelfvertrouwen doen verliezen.
Ik moet nu vechten om dat alles terug te vinden. Ik gà knokken om terug te komen.  Zonder jou maar meer dan ooit zal ik er op een dag weer staan.  En jij zal me nièt meer kraken of breken, want ik ga dòòr zònder jou!

Jij…Dank je voor niets!

 

Wat als…

What_ifIn de loop van ons leven maken we een berg keuzes.  Keuzes die direct of indirect het verdere verloop van datzelfde leven kunnen beïnvloeden.  Keuzes waar we soms tevreden over zijn achteraf, maar soms ook spijt van hebben.
We kunnen ze niet ongedaan maken en moeten er mee verder.  Hoe makkelijk of moeilijk het soms ook is.

We vragen ons soms af wat er zou gebeurd zijn als…
Wat als we ons nièt hadden geregistreerd op die bepaalde site?
Wat als we nièt hadden gereageerd op die ene persoon?
Wat als we nièt naar een bepaalde afspraak waren geweest?
Dan waren we misschien nooit…
Wat als…

Wat als… Vraagtekens dwalen door ons hoofd. Willen we wel weten wat er zou geweest zijn als?
Kúnnen we ooit weten wat als….

Soms hebben we spijt van gemaakte keuzes.  Wanneer deze achteraf gevolgen blijken te hebben die niet zo goed in ons leven passen.   We zouden ze dan liefst ongedaan maken.  Maar als toen die ene keuze niet gemaakt was, dan waren we wellicht niet in staat geweest achteraf die andere keuze te maken die wèl goed was.
Die ene, naar ons gevoel foute keuze, moeten we verder meenemen.  Nutteloos erover te rouwen.
De gevolgen aanpakken is het enige wat we kunnen doen.  Resoluut.  En dan verder gaan.  Verder gaan met ons leven.
Niet blijven stilstaan en denken “wat als….”

 

 

Achter gesloten deuren

woonhuizenElke buurt heeft zijn bewoners.  En elke bewoner laat zich van zijn of haar beste kant zien naar de buitenwereld toe.  Zo is er de ideale echtgenoot en zijn werkende vrouw.  De buurman, steevast gehuld in het perfect zittende maatpak.  De overburen die de rust zelve zijn.  En nog vele anderen…

Maar alle bewoners leven achter gesloten deuren.  Die gesloten deuren verbergen het ware leven van de bewoners.

De ideale echtgenoot is al lang geen ideale echtgenoot of minaar meer voor zijn vrouw, maar slechts een echtgenoot op papier die binnenshuis met zijn vrouw omgaat als ware ze een kamergenote of zijn zus waar hij mee samen leeft.  Dit is al jaren zo.  Bijna zes, om precies te zijn.  Al sinds hij besloot niet meer te gaan werken.
Zij, zijn werkende vrouw, had maanden lang verboden gevoelens verborgen voor een ander, terwijl ze glimlacht naar haar eigen man en onhoorbaar zucht wanneer hij zich nog maar eens van haar afzondert.  Ze kunnen perfect naast mekaar leven in hun woning.  Hij boven, zij beneden.  Elk hun eigen leventje, elk hun eigen ding. Het enige moment dat ze nog samen doorbrengen is etenstijd en af en toe een televisieprogramma dat ze samen bekijken.  Hij voelt zich goed zo, ’t is goed zoals het is.  Zij is ongelukkig tot de zesde macht.  Tot ze naar buiten stappen.  Dan zijn ze een ideaal paar.  Waarom ze niet weggaat bij hem? Dat weten enkel zij en hij.  Er zal wel een gefundeerde reden zijn.

De buurman in zijn maatpak met zijn glimmend nieuwe BMW.  Zijn maatpak is een farce, zijn BMW een rad voor het ogen.  Maar wie goed kijkt door het zijraampje ontdekt dat, achter zijn gesloten deur, hij met tuinmeubels in de woonkamer leeft, zijn bed een matras is op de vloer in diezelfde woonkamer.  Nooit komt er iemand over de vloer.  Iemand die aanbelt raakt nooit verder dan de voordeur die enkel dan opengaat. Hij gaat steeds op bezoek.  In een maatpak en met zijn BMW.

De overbuurman en zijn vrouw zijn het rustigste paar uit de straat.  Tot mijnheer de overbuurman zijn masker iets te snel laat vallen en een stukje van zijn ware aard openbaart wanneer overbuurvrouw de garagepoort niet snel genoeg opent en hij zelf uit zijn boemboemcar moet stappen.  Met veel moeite blijft de garagepoort in de geleiders.  Haar fietsje, wat zij veronderstelt wordt uit de weg te zetten voor ze de garagepoort opent, wordt brutaal in een andere hoek gepleurd.  Sissend roept hij haar toe dat ze volgende keer haar luie kont sneller moet reppen.  Zij zwijgt en glimlacht. Een façade.  Hij rijdt zijn wagen naar binnen en zonder woorden sluit ze de garagepoort achter hem.  Maar niet voor ze nog even met een glimlach een blik de straat in werpt.  Even kijkend of niemand per ongeluk het schouwspel heeft gezien.

Ja, elke buurt heeft haar bewoners.  Alle bewoners hebben een beeld van mekaar en doen zelf al het mogelijke om zichzelf goed af te schilderen naar de buitenwereld toe.  Maar achter de gesloten deuren leven ze hun niet zo ideale leventje verder en proberen er het beste van te maken.

*elke overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen is louter toevallig*