Taalcapriolen

(Schrijven in) onze geliefde Nederlandse taal, de 2de landstaal (Frans) en die wereldtaal (Engels)

Het D-T (struikel)blok

vindtIk houd van taal. Ik houd van talen.  Of het nu om het verleidelijk elegante Frans gaat, met-2-voeten-stevig-in-de-grond-staand Engels of de platgekauwde Amerikaanse variant: taal boeit me.
Uitdrukkingen, gezegden, vertalingen: het is altijd een waar festijn om er nieuwe te leren.  Het gros van mijn collega’s Franstalig (lees “Waals”) zijnde gaat er bijna geen dag voorbij of ik leer een nieuwe kleine Franse finesse.
Van mijn eigen moedertaal, het Nederlands, houd ik nog het meest.

Tot mijn grote schaamte moet ik echter bekennen dat diezelfde geliefde moedertaal zorgt voor een immens struikelblok.  En het is er eentje waar ik me écht ongelooflijk voor schaam.
Ik ben namelijk één van de vele D-T-DT analfabeten.  Altijd al geweest.  Schandelijk gewoon.
Om mezelf enigszins de verplichten er bewust mee bezig te zijn heb ik de autocorrectie functie van mijn laptop afgezet.  Regelmatig zie ik een lieve hulpvaardige waarschuwing van mijn gesprekspartner wiens forte het wel is, verschijnen onder de vorm van “(-t +d)” of “(-d +t)”.   Waarop ik op mijn beurt dan weer eens naarstig op zoek ga naar “dé” fout.  En dan zie ik het uiteraard.  Soms heb ik geluk en zie ik het zelf al van zodra ik nog maar de enter-key heb aangeslagen. Dan voel ik me heel eventjes een beetje beter want “ik had het zelf al door”.

De schaamte te groot zijnde heb ik besloten er wat aan te gaan doen en liever gisteren dan vandaag nog.  Ik wil deze schaamte niet met me mee blijven dragen.  Het mag gewoon niet kunnen dat ik als rasechte Vlaamse mezelf te schande maak met deze steeds wederkerende fout waar de kinderen in het lager onderwijs zo hard op oefenen.  Als een goede leerlinge ga ik op zoek naar een eenvoudige en volledige uitleg voor de dt-regels voor de tegenwoordige tijd.  Werk aan de winkel.

Ik kan me niet inbeelden dat ik de enige ben met dit probleem.  Voel jij ook de behoefte tot het bijschaven van je kennis aangaande de DT-regels? Je kan ze hier terug vinden.
Oefeningen zijn massaal via Google te lokaliseren.

Succes!

DT

 

Nederengels

Nederlands doorspekken met Engels: het is in.  Een woord hier, een term daar… Je bent hip als je het doet.

Tegenwoordig is iedereen bijvoorbeeld flabbergasted.
Te pas en te onpas krijg je het woord zonder pardon in je gehoorgang geramd.
“Ik was compleet flabbergasted bij de aanblik van …” Baaaam!!

Voor wie het toch nog niet zou weten: flabbergasted betekent simpelweg stomverbaasd.
Ja hoor, in onze eigen moedertaal hebben we er enkele puur en onversneden Nederlandse woorden voor: stomverbaasd, perplex, beduusd, verbluft, overdonderd.
Het is me dan ook een raadsel waarom sommigen onder ons de onstuitbare drang voelen absolute voorrang geven aan de Engelse variant.

Er zijn nog horde andere Engelse woorden en uitdrukkingen die met regelmaat door onze gesprekken worden geweven.
Ooh my God is er nog zo eentje. Bij voorkeur met een extreem langgerekte oooooh, dito my en, als het nog even kan, een overdreven lange adempauze tussen elk woord.
Akkoord, oh mijn God klinkt natuurlijk een pak minder dramatisch.
Maar waarom toch specifiek Engels?
Het Franse Oh mon Dieu zou nog kunnen en klinkt zowaar een tikkeltje gracieus.

Ik betrap er mezelf dikwijls op mijn blijheid te uiten met happy happy!! Dubbel dan nog wel! Alsof mijn blijheid er dubbel zo groot door zou worden.
Waar haal ik dit in godsnaam vandaan? Komt het door het veelvuldig Engels-gepraat op de werkvloer? Veel bedrijven hanteren namelijk Engels als voertaal. Of komt het door de hoeveelheid Engels waarin we dagelijks worden ondergedompeld via televisie, radio en alle andere media? Wie zal het zeggen.
Blij blij!! of O zo blij!! zou niet moeten onderdoen en heeft evenveel kracht in het weergeven van mijn blijheid.

Dit zijn uiteraard niet de enige Engelstalige uitspattingen in onze dagelijkse Nederlandstalige gesprekken. Het lijkt wel of we continue onze kennis van het Engels uitgebreid moeten etaleren. Want het staat toch zo cool.
Cool??

Ik ben echt wel flabbergasted door de hoeveelheid Engels dat we dagelijks door ons Nederlands mengen.
Als het dan toch echt moet, waarom dan niet eens uit de band springen en dumbfounded zijn?
Kwestie van origineel uit de hoek te komen.
Wie weet lanceren we hiermee een nieuwe rage-woord.

 

Het lastige leesteken

interpunctie-TriggerTekstKomma’s en punten, spaties en hoofdletters, uitroeptekens,..
Zonder heb je eigenlijk geen tekst. Zonder heb je enkel maar een aaneenschakeling van woorden in een bepaalde volgorde doch die niet noodzakelijk weergeven wat wordt bedoeld.

Interpunctie is belangrijk. Correcte interpunctie is noodzakelijk.

Zonder spaties gaat de verbeelding van de lezer onstuitbaar aan het werk. En dat is niet altijd een goede zaak, geloof me.

Wil je een voorbeeld? Hier gaan we

“Depenisvanjezus”

Wedden dat het gros van de lezers dit spontaan als “de penis van jezus” lezen?
Een enkeling zal het als “de penis van je zus” lezen.
Terwijl er echt wel “de pen is van je zus” bedoeld werd.

Nog eentje?

– Hij zat op haar schoot, en rustte uit
– Hij zat op haar, schoot en rustte uit

Een wereld van verschil, niet? Vooral voor haar, het arme kind.

Hoofdletters?

– I helped my uncle Jack off a horse
– I helped my uncle jack off a horse

Het arme paard kwam maar met moeite bij nadat ze met hem klaar waren

Interpunctie is echt wel van belang als men wil dat de boodschap correct overkomt.
Denken we er samen aan wanneer we volgende keer een prozaatje neerpennen?

 

“Hun hebben…”

Het klinkt zo ongelooflijk onverschillig.  Argeloosheid ten top.
Het geeft me elke keer de kriebels.
“Hun hebben”…  Alsof je maar een mondjevol Nederlands kunt praten.

hunhebben-300x173Vreemd genoeg kun je het overal verwachten, van eender wie. Het kan achter elke hoek opduiken.
In een bakprogramma op de televisie bijvoorbeeld.
Ik keilde bijna van de sofa toen ik plots de bemerking “Hun hebben gewoon drie banen liggen” door de woonkamer hoorde galmen.
Wat??!! Even dacht ik dat het mijn verbeelding was. Correctie: ik hoopte het! Jammer genoeg was het de pijnlijke realiteit.

Mijn bewondering voor het Nederlandse volkje en hun taalbeheersing kreeg een deuk vanjewelste te verwerken.

Enkele jaren geleden werd er onder Nederlandse en Vlaamse taalliefhebbers en docenten gepeild naar het “hun hebben” fenomeen. Toen reeds hield de discussie het taalwereldje bezig.
“Of het door algemeen gebruik dermate ingeburgerd zou kunnen worden dat het standaardtaal zou worden” was de vraag.
Het gros van de Nederlanders en Vlamingen zag dit helemaal niet zitten.
In tegenstelling tot “je kan” in plaats van “je kunt”, of “je wil” zonder t. Veel mensen zeggen het, weinig weten dat het fout is.

Het stond toen al als een paal boven water dat “hun hebben” het niet zou halen in de strijd tot acceptatie.

Maar taal leeft. En taal is vitaal.
Wie weet zal men over 50 jaar “hun hebben” wel als correct beschouwen.
Over 50 jaar zal ik er niet meer zijn.
Gelukkig maar. Ik zou constant lopen krabben door deze verkwanseling.