Moeder – deel IV

Share with:

FacebookTwitter


..of hoe mijn jeugd met moeder verliep…

Tussen moeder die er een sport van maakte me systematisch te kleineren, denigreren en af te breken en de pesterijen van de bende van vier brokkelde mijn zelfvertrouwen steeds meer af.

Moeder kon het niet laten me steeds te vergelijken met mijn nichtje.  Zij had wèl een A2 op zak, was getrouwd met een politieagent die er op de koop toe ook nog eens goed uit zag, kreeg twee kinderen, bouwde een eigen huis en was een stevige carrière aan het uitbouwen aan de Universiteit van Brussel als personal assistent van een Professor Sport en Geneeskunde.  Moeder zag mij al aankomen, met mijn diplomaatje Snit en Naad, een nietsnut waar ze tegen niemand over kon uitpakken.  Dus pakte ze maar uit met mijn nichtje.  De fierheid waarmee ze andere mensen over mijn nichtje vertelde deed soms vergeten dat ze zelf òòk een dochter had.

Drie jaar hield ik het vol.  Drie volle jaren beet ik me door elke dag door.  De pesterijen werden heftiger en heftiger.  Tot die ene dag dat ik het niet meer zag zitten nog maar één dag terug naar school te gaan.  Het was winter.  Vijftien jaar oud.  Een koude regenachtige winterdag besloot ik dat het maar gedaan moest zijn.  En in plaats van naar school te fietsen, nam ik richting snelweg.  Ik dropte mijn fiets in de buurt en liep de snelweg op.  En begon te liften.  Mijn doel had ik in het achterhoofd: Givet, een dorpje net over de Franse grens.  Vraag me niet waarom, vraag me niet wat ik er zou doen eenmaal ik er was… Daar had ik totaal niet over nagedacht. Enige wat ik wist is dat ik dààr heen wou.  Ik kende de weg gezien mijn ouders steeds de vakantieperiode doorbrachten in de buurt.  Al snel werd ik opgepikt door een vrachtwagenbestuurder die me een groot deel van de weg kon mee nemen.  Op de vraag waarom ik in mijn eentje op pad was kreeg hij een ontwijkend vaag antwoord met iets van “moeder in het ziekenhuis en vader ginder bij haar”… Hij zal er ook wel het zijne van gedacht hebben.
Een paar uur later stond ik daar dan.  Boterhammetjes opeten op een bankje, wat rond kuieren in mijn geliefd dorpje, winkeletalages wat bekijken.  Het werd valavond en ik was zo ver van huis.  Wat nu? wat moest ik nu gaan doen? Het enige antwoord dat ik kon verzinnen was “terug naar huis”.  Met hangende pootjes vatte ik de terugweg aan.  Zelfde scenario, andere richting.
Enkele uren later stond ik op dezelfde plek waar ik die ochtend vroeg mijn fiets had achtergelaten.  Fiets weg.  Aanbellen aan het dichtstbijzijnde huis was gelukkig onmiddellijk raak.  De man die er woonde had mijn fiets binnen geplaatst.  Hem beschrijven was voldoende om hem terug in handen te krijgen.

Tijdens de fietsrit naar huis zonk de moed me in de schoenen.  Het was ondertussen reeds acht uur ’s avonds, donker en de regen viel opnieuw met bakken uit de hemel.
Kletsnat kwam ik thuis aan, maar dat zou het minste van mijn zorgen blijken te zijn.  Al direct zag ik dat de dingen niet waren zoals normaal.  De garagepoort stond open, de auto van mijn vader was weg.  Iets wat nooit op dàt tijdstip het geval was.  Stilletjes plaatste ik mijn fiets in de garage en sloop achteraan de tuin in, naar het kippen- en konijnenverblijf, om me daar nog even te verstoppen.  Na enige tijd hoorde ik de wagen van mijn vader binnen rijden.  Het werd tijd om mijn moed te verzamelen en de consequenties van mijn daden te ondergaan.  Vader had mijn fiets reeds zien staan dus wist dat ik thuis was.  Het was een kwestie van tijd voor ik boven water zou komen en vader en moeder zaten me op te wachten in de keuken.  Nodeloos te zeggen dat het het grootste feest van mijn leven werd.  Wel verdiend, natuurlijk.  Toen bleek dat mijn ouders reeds de ganse dag op zoek naar me waren geweest doordat de school hen gewaarschuwd had dat ik onwettig afwezig was.

Tijdens hun bezoek aan de directrice die dag kwamen de pesterijen, waar het lerarencorps op de hoogte bleek van te zijn, eindelijk aan het licht.  Betrokken leerlingen werden ontboden op het secretariaat en ondervraagd in het bijzijn van mijn ouders.  Vader wist niet wat hem overkwam toen hij al de verhalen te horen kreeg van het lerarencorps.  Moeder zat er onverschillig bij en zweerde bij hoog en laag me de kop in te slaan als ze me terug zag.  Het werd echter duidelijk op school dat er een fundamenteel probleem was dat dringend diende aangepakt te worden teneinde ergere problemen te vermijden.  Vader stemde in, moeder vond dat ik maar moest plooien en stoppen met onnozel doen.  De bende van vier bleef, tegen de getuigenissen van het lerarencorps in, beweren dat er niets van aan was van dat alles.  Vader schaarde zich voor de eerste keer in mijn leven achter me, tegen moeders wil in.

Ja, ik heb die dag èn de volgende dagen gezweet.  De ene straf op de andere volgde.  Maar er kwam wel een kentering dankzij de steun van vader.  Indien ik dat schooljaar slaagde, mocht ik het volgende schooljaar naar een andere school en eindelijk de richting inslaan die ik graag wou.  Weliswaar een stapje lager dan mijn ultieme doel, maar ik kon eindelijk ontsnappen uit die gehate Snit en Naad richting.  Vanaf die dag deed moeder niets anders dan herhalen dat ik toch niet zou slagen en al snel terug zou zijn waar ik vandaan kwam.  Vader moedigde me, achter haar rug om, aan.  Ik slaagde met glans, haalde dat schooljaar een eindresultaat van 92%.  Deze keer was het moeder die moest buigen.  Voor de allereerste keer in haar en mijn leven had zij de duimen moeten leggen voor mij.  Iets wat haar helemaal niet zinde, wat ze van niemand pikte en wat ik de komende jaren zou moeten blijven bekopen.

*wordt vervolgd

Share with:

FacebookTwitter


 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>