Einde van een verhaal

 

Share with:

FacebookTwitter


boek1Het boek is bijna uit.  Er resten nog maar enkele bladzijden van het verhaal.
Het verhaal waar twee mensen elk hun eigen weg gaan na jaren samen hetzelfde pad bewandelt te hebben.
Een verhaal van weinig geluk.  Een verhaal dat niet geschreven had mogen worden.
Er was die hoop, bij het begin.  Hoop dat het, na veel geworstel, toch zou goed komen.  En heel even was het ook zo.
Heel even waren er momenten van geluk.

En er was het vertrouwen.  Het vertrouwen dat de relatie sterk genoeg was om te overleven.  We hadden reeds enkele woelige waters samen doorzwommen en overleeft.

We zouden de toekomst ook wel overleven. We zouden alles wel aankunnen.  We hadden elkaar.  We zouden ons aan elkaar vastklampen.

Maar ik was fout. De waters kwamen nooit echt tot rust.  Ze kabbelden rustig aan de oppervlakte, doch verborgen een sterke onderstroom.  Bij zware stormen kon er geen rustig water gevonden worden om even op adem te komen.  Elke storm vermoeide ons steeds wat meer.  Bij elke storm ging je je meer aan me vastklampen en sleurde je me mee.  Je creëerde je eigen stormen in je hoofd en liet ze ‘ons’ impacteren.  Ik probeerde vaste voet te vinden maar worstelde tegen de stroming, vocht om het hoofd boven water te houden.  En ik zweeg voor de lieve vrede.

Het mocht uiteindelijk niet baten.  Het schip strandt waar het strandt.  We gaan nu elk onze eigen weg gaan.  Verder en verder uit elkaar.  Ik heb geen spijt dat de laatste bladzijde zich aankondigt.  Want ik ga rust tegemoet.  Rust in mijn leven en rust in mijn hoofd.  Ademruimte.
Ik hoef niet meer op jou te wachten en ter plaatse blijven trappelen.
Ik kan opnieuw vooruit gaan.
Mijn leven is opnieuw van mij.

Share with:

FacebookTwitter


Schoonmaak

 

Share with:

FacebookTwitter


investIn de loop van je leven ontmoet je heel wat mensen.  Sommige wandelen maar heel even mee met je, anderen blijven een groot stuk van je weg aan je zijde. Diegene die maar even met je meewandelen verlaten soms zelf het pad waarop je loopt en nog een ander duw je zelf weg.
Je duwt ze weg omdat ze niet goed voor je zijn, omdat ze toxisch blijken te zijn.

Diegene die ik toelaat in mijn leven, laat ik toe omdat ze dat volgens mij waard zijn.
Eenmaal  je in mijn leven bent kan je steeds op mijn steun en hulp rekenen.  Eender wanneer en voor eender wat.
Wat jij me geeft, kan je van mij terug verwachten, zelfs in een veelvoud.  Uiteraard zijn er gradaties in de waardering die ik voor bepaalde mensen heb.  De ene kan en mag al wat meer van me verwachten dan de andere.  Die waardering verdien je gaandeweg.  Ik investeer in jou wat jij in mij investeert. Het kan immers niet altijd van één kant komen. Wanneer je me met respect behandelt krijg je veel van me gedaan.
Ik leg mijn grenzen ruim in wat ik pik van de mensen rondom me.  En voor je die grens hebt bereikt moet er al heel wat gebeuren.  Dikwijls geef ik een tweede, derde tot zelfs een vierde kans wanneer het toch even fout loopt.  In welke vriendschap of relatie loopt het niet eens fout, geef toe?

Wanneer je echter die grens hebt bereikt dan haak ik af, volledig.  Je hebt het punt bereikt waarop ik niet meer toelaat dat je de weg met me mee wandelt.  Eens ik volledig afhaak, is dat dan ook voorgoed.  Geen terugweg mogelijk.  Er moet al heel wat zijn gebeurd voor je dat punt bereikt hebt.  Reden waarom dàt punt een point of no return is.  Hoe vriendelijk je vanaf dat moment ook bent tegen me, niets zal me op mijn beslissing doen terugkomen.  Je hebt immers herhaaldelijk iets gedaan waar ik niet mee om kan.  Iets wat tegen mijn principes indruist, iets wat me herhaaldelijk een slecht gevoel geeft, noem maar op.
Vanaf dat moment zal jij er moeten mee leven dat ik er niet meer ben voor je.

Spijt? Jammer, het is te laat.  Ik heb net mijn pad schoongemaakt en jij komt er niet meer op.

 

 

 

 

Share with:

FacebookTwitter


Puzzelstukken van het leven

 

Share with:

FacebookTwitter


puzzel2We krijgen ze allen mee: de puzzelstukken van ons leven.
Rij voor rij werken we onze levenspuzzel uit met het stuk dat op dat moment aan de beurt is.
Af en toe willen we een puzzelstuk gebruiken maar het past net niet.  Omdat het te vroeg is, omdat het tijdstip niet klopt.
We moeten eerst nog enkele andere puzzelstukken gebruiken.

Naarmate ons leven vordert, vordert de puzzel mee.  Maar gaandeweg merken we dat sommige puzzelstukken echt nergens hun plekje vinden.  Dat zijn de puzzelstukken van onze dromen.  We houden ze echter nog even opzij want die dromen blijven sluimeren. We willen onze dromen niet opgeven.  Soms wil je leven echter helemaal niet passen rond die dromen.  Hoe hard en hoe dikwijls je het ook probeert, die puzzelstukken lijken nooit hun plek te vinden.

En dan kom je op dat moment in je leven waarop je moet beslissen.  Wat te doen met die puzzelstukken die maar niet willen passen.  Gooi je ze weg? Of blijf je ze opzij houden en blijf je dromen.  Of ga je er nu maar eens alles aan doen om dat puzzelstuk wèl te laten passen.  Ga je je leven anders inrichten zodat het stuk wèl kan passen? Misschien dat puzzelstuk ook lichtjes bijschaven.  Je droom zal realiteit worden, al dan niet aangepast.
Ik maak delen van mijn dromen waar.

Maar één welbepaald puzzelstuk heb ik reeds enkele keren trachten te gebruiken.  Het puzzelstuk van de liefde.  Ook deze keer paste het weeral niet zoals het zou moeten passen.  Ook deze keer moet ik het puzzelstuk opnieuw opzij leggen.
En deze keer zal het opzij blijven liggen.  Ik vertrouw er niet meer op dat het ooit zijn definitieve plekje zal vinden in de puzzel.  Maar ik gooi het niet weg.  Ik blijf het toch dicht bij me houden, veilig weggeborgen zoals voorheen.  Want wie weet komt het moment toch nog dat iemand het puzzelstuk in de hand zal nemen en in mijn puzzel zal plaatsen op de juiste plek waar het hoort, waar het naadloos past.

Ondertussen blijf ik zelf gewoon verder bouwen aan mijn puzzel en tracht de rest van mijn dromen nog waar te maken.

 

 

Share with:

FacebookTwitter


Nu even niet

 

Share with:

FacebookTwitter


images (2)
Het laatste jaar was er heel wat gebeurd in haar leven.
Ze hadden samen beslist dat hun huwelijk voorbij was.  Het bestond enkel nog op papier maar hij wou wel dat ze samen bleven leven onder hetzelfde dak.  Zij kon voorlopig niet anders dan er mee akkoord gaan.  Ze leefden elk hun eigen leven en hadden nog amper contact met elkaar.

Even later ontmoette ze een fijne man.
Op de paar maanden dat ze contact hadden met elkaar leek het alsof hij haar door en door kende.  De laatste keer dat ze mekaar zagen drukte hij haar op het hart op te komen voor zichzelf.  Ze besefte dat hij gelijk had.

De voorbije jaren was ze een deurmat geweest waar iedereen overheen liep.  Ze had zichzelf weggecijferd voor iedereen rondom haar.  Dàt ging ze achter zich laten. Ze zou haar plaats innemen waar ze recht op had, zowel fysiek als mentaal. Ze besefte dat ze niet iedereen hoefde te plezieren.  Dat ze niet iedereen ten dienste hoefde te zijn.  Ze was niet minderwaardig aan anderen, ondanks dat dit haar van kinds af aan ingeprent was.  Ze wàs evenveel waard als eender wie anders.
Ze had evenveel recht op haar plekje, op haar ruimte.  Wie zich daar niet kon in vinden restte maar één ding te doen en dat was opkrassen.  Wie dacht haar te kunnen laten aandraven wanneer het hen paste en haar verder geen aandacht gaf, kon opzouten.
Ze weigerde om nog “als vanzelfsprekend” aanzien te worden.  Eén toenaderingspoging van haar, een tweede, maar een derde zou er niet meer komen.
Ze zou zich niet meer opdringen bij mensen die haar niet echt waarderen of uit zichzelf tijd met haar willen doorbrengen.  Wie haar in zijn leven wou zou dit zelf ook moeten aantonen.
Wie haar in zijn leven wil, zou haar ook levend moeten houden.
Eénder wie…
Wie dit niet deed, verkeek ook zijn kansen op haar te kunnen rekenen wanneer het nodig zou zijn.  Het moest tweerichtingsverkeer worden van nu af aan.  Met iedereen.

Hààr leven, hààr toekomst.
Hij zou wel altijd een plekje in haar leven blijven hebben, net als het handjevol andere vrienden die ze had.  Maar het warme gevoel dat nog even had na gesluimerd was weggeëbd en  gereduceerd tot een vriendschapsgevoel.
En dat was nodig want enkel zo zou ze zich kunnen openstellen voor iemand anders.  Zo zou het fair zijn tegenover iemand nieuw.
Hoe zeer ze ook naar echte genegenheid snakte en zelf wou geven, ze moest dat even opzij zetten en even alleen door het leven stappen.  Hoe lang, dat wist ze niet.

Er zal een dag komen dat iemand haar pad zal kruisen, iemand die haar dezelfde genegenheid zal kunnen en willen geven.  Iemand die haar echt naar waarde schat en dat ook toont.  Ooit zal er een dag komen dat ze zich volledig zal kunnen open stellen voor die ene.  Ze zal al haar genegenheid en liefde opnieuw geven.

Ooit, maar nu even niet.

Share with:

FacebookTwitter


Een griezel op bezoek

 

Share with:

FacebookTwitter


266px-Focus_stacked_spider

Vrijdagavond.  Ik zit rustig op de bank wat televisie te kijken.  Ik ben alleen thuis want de huisgenoot slaapt elders vannacht.
Er loopt een sms’je binnen van een kennis.  Of ik zin heb om samen iets te gaan drinken en wat bij te praten.
Daar hèb ik wel zin in want dit geeft gelijk de mogelijkheid een onenigheid met de kennis in kwestie uit te praten en voorgoed achter ons te laten.  Maar eerst even een luchtje scheppen op het terras en de hondjes even uitlaten.  Ik diep een sigaret op uit mijn handtas en roep de twee kleintjes om mee naar buiten te gaan.

Dan zie ik hem.  De griezel.  Een kanjer van een huisspin! Ik ben al geen liefhebster van al die achtpotige ondingen, welke maat ze ook hebben.  Maar de huisspin heeft een paralyserend effect op me.  Zodra er een in mijn gezichtsveld komt laat ik hem geen seconde meer los met mijn ogen.  De griezel mag ook zitten waar hij wil, ik voèl ze gewoon zitten en mijn ogen gaan feilloos naar het kleinste hoekje waar ze maar verborgen kunnen zitten.

Maar deze zìt niet verborgen.  Hij zit gewoon parmantig uitdagend op het witte lichtdichte deel van het overgordijn van mijn fotostudio.  Vlak aan de deur die toegang tot het terras geeft op de koop toe! Mezelf uit zijn buurt houdend open ik de deur en laat de kleintjes buiten om hun ding te doen.  Ondertussen hou ik mijn ogen op het monster en probeer ik in te schatten wat de slaagkansen van een aanval van mij op het onding zouden zijn.  Meerdere scenario’s worden overwogen.
Een bezem en hem via de achterkant van het overgordijn naar buiten wippen? Nee, niet mogelijk want mijn tuinlaarzen staan er net voor.  Verdomme, de tuinlaarzen.  Hij zit er net boven! Wat als hij daar in kruipt of in valt?? Goed, komende winter mijn tuinlaarzen maar niet aantrekken. Zo dapper ben ik dus!
Een bus haarlak? Nee, die spinnen zijn gewoon veel te snel en gegarandeerd dat hij zich ergens tussen verschuilt waardoor ik hem ook niet meer zie.  Deze optie wordt ook van de tafel geschoven.
Mijn speciale dikke “spinnenkrant”? Geen optie: die krant is enkel ok voor me als de spin over de vloer loopt.  Geen haar op mijn hoofd denkt er aan er een van de muur te meppen.  Van het overgordijn is nog minder een optie.

Jeezes, wat haat ik mezelf om steeds weer opnieuw in een panische angst te slaan voor een insect waarvan ik gewoon wéét dat ze onschadelijk zijn.  Maar ja, die lange poten hé… Ik krijg mezelf maar niet zover me over die angst over te zetten.
Ik laat de twee kleintjes binnen, me opnieuw ver weg van het overgordijn houdend en neem mijn mobieltje ter hand.  “Is goed.  Ik maak me klaar en kom er aan.”

Wanneer ik later op de avond terug thuis kom ga ik onmiddellijk kijken wat de stand van zaken is. Tot mijn verbazing en gelijk ook tot mijn grote opluchting zie ik de griezel nog stééds op dezelfde plek zitten.  Onbewogen. Het is amper te geloven.
Als hij er morgen nu òòk nog zit wanneer de huisgenoot opnieuw thuis komt, dan krijgt dit verhaal misschien toch nog een goede afloop.
Ik trek de deur achter me dicht en ga slapen.  Dààr zal hij sowieso niet komen.

Hoop ik…

Share with:

FacebookTwitter


Tandemsprong

 

Share with:

FacebookTwitter



Parachute-springenHet vliegtuig stijgt op en klimt tot een hoogte van vier kilometer.  Ondertussen voel ik hoe de instructeur ons aan elkaar vastsjort voor de tandemsprong.   “Zo”, zegt instructeur Dave, “nu zijn we ‘echtverbonden'” en hij pakt me lachend bij de schouders vast.  Laurens, mijn ‘medespringer’ ondergaat hetzelfde lot en beide trachten we het niet uit te proesten van het lachen.

We hebben beide geluk: de instructeurs mogen er best zijn. Laurens glundert.  Hij geniet duidelijk van het mannenlichaam dat tegen zijn rug aangeperst zit, de schelm.  Gelukkig ziet zijn instructeur het niet.
Ik, ik probeer nog even niet te denken aan wat over enkele minuten komen zal.  En ik vraag me af waar ik het in godsnaam in het hoofd heb gehaald om me hiertoe te laten overtuigen.  Ik moet wel gek zijn. Ze hadden me verzekert dat hoogtevrees hierin geen rol speelde.

Even later schuif ik aarzelend mijn voeten en billen in de richting van de opening waar normaal een vliegtuigdeur hoort te zitten. Een vliegtuig zonder deur! Over enkele minuten zal ik naar buiten springen en in vrije val naar het aardoppervlak terugkeren. Ik, angsthaas eerste klasse als het op zulke dingen aankomt.  De wind is hierboven harder dan ik me kon voorstellen.  En koud, het is ook kouder dan ik dacht.  Mijn hart bonst in mijn keel en ik kan amper normaal ademen.
Of het door de luchtverplaatsing of angst en zenuwen komt laat ik u zelf uitmaken.
Dave duwt me nòg dichter naar het deurgat toe waardoor mijn benen nu naar buiten bungelen.  Het zweet breekt me uit en ik tril als een riet.

En dan voel ik hoe hij ons afduwt.  Ik zie het aardoppervlak ver weg onder me en begin te duizelen.  Aan een snelheid van 180km/uur duiken we naar beneden.  De vrije val van iets minder dan een minuut lijkt wel een eeuwigheid te duren.  Beangstigend en tegelijk een heerlijk gevoel van vrijheid.  Adrenaline raast door mijn lijf.  Vliegen als een vogel.  Héérlijk! Ik ben gewoon terecht trots op mezelf dat ik dìt aandurf! En ik raad het echt eenieder aan! Dit moet je gewoon één keer in je leven doen.

De parachute gaat open en het dringt tot me door dat het bijna achter de rug is.  Dave stuurt ons handig in de richting van de toeschouwers die onze sprong volgden.  Nog even en we landen.  Applaus weerklinkt vanaf de grond en ik glunder.  Knietjes optrekken, voeten wat vooruit, een schok,…

Ik schrik wakker en kijk naar de klok: vier uur ’s ochtends.  Over een half uurtje moet ik opstaan.  Ik wil niet opnieuw in slaap vallen en sta dan maar op.  Onder de douche denk ik even terug aan Dave en onze sprong.  En ik besluit dat het zeker voor herhaling vatbaar is.  Mèt Dave als het even kan.

Share with:

FacebookTwitter


De Bucket List

 

Share with:

FacebookTwitter


0igloo-village-finland-northern-lightsIk weet niet waarom, maar de laatste paar weken heb ik het hoofd vol van dingen die ik zeker nog wil doen vooraleer “er vandoor te gaan”.  Tot recent had ik wel dromen, maar niet in die mate dat ik ze als must aanzag.  Tot enige tijd geleden.  Het vreemde is dat de oorzaak van het opmaken van deze bucket list niet een heengaan in mijn omgeving is, maar een kwetsend bericht van een kennis.

Ik weet het: er is helemaal niets logisch aan de situatie.  Maar spreek me maar niet tegen.  Ik heb het in mijn hoofd en ben vastbesloten: ik begin mijn bucket list op te maken en aan de punten erop te werken.
Het is niet eens zo een lange lijst en zodra de haalbare wensen erop aangevinkt staan mag het wat mij betreft stoppen.  Ik besef dat niet alle punten gerealiseerd zullen kunnen worden.
Enkele punten moeten echter wel haal- en doenbaar zijn.

kakslauttanen-iglo-sZo is het bijvoorbeeld een droom van mijn zoon en mezelf om de Aurora Borealis met eigen ogen te aanschouwen en bewonderen.  Hier hoef je zelfs niet voor naar Finland, Ijsland, Noorwegen, Zweden of Canada te gaan.  Vanuit het meest noordelijke deel van Schotland is dit wonderbaarlijke fenomeen reeds zichtbaar.  Zéér haalbaar.
Maar als het dan tòch even kan, dan mag het naar de iglo’s van Kakslauttanen in Finland gaan.
Mijn zoon en ikzelf spreken hier al jaren over, maar misschien moeten we er maar eens écht werk beginnen van maken zodat we alle elementen kennen die nodig zijn om deze droom succesvol te realiseren.

Met mijn dochter, die ik al ruim een jaar niet meer heb gezien wil ik enkele dagen samen doorbrengen.  Enkel wij twee, moeder en dochter, die mekaar een beetje trachten terug te vinden om nare tijden achter te ons laten.  Een paar dagen genieten van mekaar en dingen samen doen die we beide graag doen en lol aan beleven.

Een andere reis, ook weeral een gemeenschappelijke droom met zoonlief, is het Inca trail naar Machu Picchu. Cliché, zeer zeker.  Echter, door omstandigheden is dit punt héél wat minder makkelijk haalbaar en zou dan ook wel een van overblijvende, niet afgevinkte punten kunnen worden.

Een meer dan haalbare wens dan weer is een vlucht met een zweefvliegtuig.  Deze is zonder twijfel haalbaar dank zij een collega in het bezit van een vliegbrevet en met vaste voet in een zweefvliegclub.  Of het nu een vluchtje van een uurtje is (véél te kort natuurlijk!) van vier uur of zelfs acht uur, het is maar een woordje en Al bokst het met genoegen in mekaar.

Verder staan er twee optredens op de wil-ik-meemaken-lijst.  Het eerste is er eentje van Ed Sheeran, de Britse singer-song writer.  Zijn liedjes brengen me steeds in een melancholische bui. En één welbepaald liedje brengt me steeds opnieuw met mijn gedachten bij iemand.
Het tweede is van een Nederlandse singer-songwriter waar ik echt van hoop dat hij weldra opnieuw zal gaan optreden: Joost Marsman.  Een man die een groter podium verdient en dit niet enkel in Nederland.  Ook België zou hem en zijn muzikaal werk moeten kennen.  Een duizendpoot die zelf Nederlandstalig werk brengt, maar tegenwoordig probleemloos The Boss neerzet.
Mijn hoop is dan ook heel groot dat beide heren géén jaren zullen wachten om opnieuw het podium op te klimmen en het beste van zichzelf te geven.  En gelijk hoop ik dan ook zeker geen aankondiging en daarmee een optreden te mislopen.

Wat fotografie betreft heb ik ook enkele “zou-ik-echt-wel-eens-willen-doen” wensen.  Zo zou ik dolgraag een monochrome fotoreeks van Herman Brusselmans en van Axel Daeseleire maken.
Herman omdat hij toch zo een verdomd intrigerend man is en ik dat mysterieuze graag wil trachten naar voor te brengen in beeld.
Axel, gewoon omdat het Axel is.  Axel is….Axel!
Intense blik en markante kop die gewoon monochroom vrààgt.
Als we er dan toch namen aan het noemen zijn, waarom ook niet: nogmaals Joost.  Fotogenieke kerel die perfect in zijn rol gaat voor foto’s en hij best wel eens nieuwe foto’s op zijn Facebook-pagina kan gebruiken.
Ik blijf echter realistisch en ga niet met mijn hoofd in de wolken gaan lopen.  Per slot van rekening ben ik maar een amateurfotografe.

Er staan ook enkele sportieve dromen op die fameuze lijst.  Leren duiken is er zo eentje van.  Al sinds mijn 30 jaar sluimert die wens.  Wie weet durf ik het ooit wel eens aan om aan de lijve te ondervinden hoe het is om onderwater te ademen.

Een niet zo uitgebreide lijst waarvan ik hòòp dat hij helemaal afgewerkt zal raken. Hoop… En indien niet, dan zullen er toch punten zijn die afgevinkt zullen zijn.

Oh ja, en de kennis van dat bericht vraag je je af? Laat ons zeggen dat ik, gelukkig maar, geen rancuneus persoon ben en makkelijk vergeef.  Vergeten is echter een ander paar mouwen.

Share with:

FacebookTwitter


Gitaarlessen: een stapje verder

 

Share with:

FacebookTwitter


Ik kon niet voldoende oefenen naar mijn zin.
Wie me een beetje volgt weet ondertussen reeds dat ik eerder beter als een vleermuis door het leven kan dan als haan – of eerder kip.  Ik kom pas ’s avonds laat tot leven.
Dan kan ik ook het beste oefenen.  Maar dan ligt de rest van de bewoners in dit huis en de naastliggende woningen te slapen als muizen in het meel.  Niet het geschikte moment om volop aan het oefenen te slaan dus.
Me beperken tot zaterdag en zondag is ook niet de oplossing en regelmatig kòmt het er ook gewoon niet van om omdat ik simpelweg uit huis ben.

Een oplossing drong zich op en gitaar nummer twee is in huis.  Een elektrische deze keer.  Een naar mijn mening mooie telecaster van Blade veroverde mijn hart.  En een juweeltje blijkt het te zijn.  Mooi uiterlijk en een subliem geluid.  Ik heb absoluut géén spijt van deze aankoop.
In combinatie met een versterker van Marshall zal ik hiermee de avonduren kunnen vullen.  Hoofdtelefoon en laptop of MP3 op aansluiten en ik kan oefenen naar hartenlust op mijn favoriete muziek zonder ook maar iemand te storen.

DE-1RC_TS_1180_ls_03

Naast de grote versterker schafte ik eveneens een VOX Amplug aan voor de “snel tussendoor even een paar akkoorden slaan” momenten.  Ik stond nogal sceptisch tegenover dit kleine ding en verwachte er dan ook niet te veel van.  Ondertussen heb ik mijn mening echter reeds moeten herzien.  Het kleine grut werkt fantastisch.  Uiteraard kan het niet aan een echte “grote” versterker tippen, maar voor wat hij moet doen doet het ding het goed.voxamplug

 

 

 

 

 

 

Sinds deze in huis zijn oefen ik gewoon elke avond.
Eindelijk zal ik de vooruitgang kunnen boeken die ik beoogde.
Ik had dit echt al veel langer moeten doen.

Share with:

FacebookTwitter


Onrecht: Nice

 

Share with:

FacebookTwitter


Schermafbeelding 2016-07-15 om 19.51.35

Onrecht, het doet wat met me.  Of het nu om een kind gaat dat gepest wordt of onschuldige burgers die afgeslacht worden.  Het is een van de weinige dingen die me ontiegelijk boos maken.  Frankrijk werd weeral onrecht aangedaan.  Onrecht “in naam van de Islam”.  Alweer.

Ik ga de gebeurtenis niet beschrijven; iedereen heeft ze al genoeg gezien en horen beschrijven.  Ik kàn ze niet beschrijven want ik heb er geen woorden voor.  Ik ben een gevoelsmens en de beelden doen me in elkaar krimpen.
Welk onmens kan het over zijn hart halen om een land te raken door het brutaal vermoorden van onschuldigen?
Welk onmens raakt aan onschuldige kinderen, jonge levens, in naam van een godsdienst?
Wat geeft eender welke groepering het idee dat recht te hebben?
Welke waanideeën spelen er door hun hoofd?
Hoe dikwijls moet het volk nog opstaan na een dergelijke zweepslag?
Hoe lang zal het nog duren voor er eindelijk daadwerkelijk acties ondernomen worden? Acties die eindelijk het verschil maken.  Acties die een eind stellen aan dit tijdperk van terreur.
Kùnnen er acties ondernomen worden om dit kwaad voorgoed de wereld uit te helpen en de mensen te geven waar ze recht op hebben: een rustig, veilig leven waarin je niet angstig hoeft te zijn wanneer je naar een evenement gaat, wanneer je op vakantie gaat, een toeristische plek bezoekt of wat dan ook.

Weldra viert België zijn Nationale Feestdag.  Op hetzelfde moment dat ik dit schrijf, beginnen de Gentse Feesten.  Binnenkort zijn er de Lokerse Feesten.
We willen onze Feestdag vieren, we willen genieten van de festiviteiten die onze steden ons bieden.
Ik wil dat mijn vrienden en kennissen veilig kunnen zijn wanneer ze die plekken bezoeken en genieten.  Maar ergens begint de ongerustheid plaats te krijgen in mijn hart.
Wat als…

Ik mag er niet aan dènken dat éénder wie die ik ken iets zou overkomen.  Of het nu om iemand gaat die ik maar oppervlakkig ken of iemand die me nauw aan het hart ligt.
Het zijn allemaal onschuldige mensen.  Iedereen daar ter plekke is een onschuldig mens.  Niemand daar ter plekke mag onrecht aangedaan worden.
We mogen ons niet laten leiden door angst.
Blìjf opstaan, volk.  Blijf opstaan, steeds weer opnieuw!
Regeringsleiders, schiet in actie! Het is geen vijf voor twaalf! Het is half één!!
Roei alstublieft dit rot uit vooraleer nog méér onschuldigen betalen.

Geniet, vrienden en kennissen.  Geniet van de dag en het leven.
Geniet van de feesten.  Geniet van élke dag!
Dit zijn mijn woorden tot jullie, allemaal.
Voor wie ik dagelijks spreek tot wie me maar sporadisch, zelden of niet meer spreekt.

Dit zijn mijn woorden tot jullie, nu.
Want je weet nooit welke woorden je laatste zullen zijn.

Share with:

FacebookTwitter


Jij

 

Share with:

FacebookTwitter


Aan die ene die er in slaagde me te kraken.

youbrokeme

Je liet me geloven dat ik de wereld was voor je.  Ik geloofde het.  Al snel bleek dit niet zo te zijn.
Je had je kantjes, “online bezigheden” zal ik ze noemen, waar ik het moeilijk mee had.  Je liet me geloven dat mijn reactie abnormaal was.  Met wie ik het ook besprak, er werd me op het hart gedrukt dat mijn reactie nìet abnormaal was.  Maar jij bleef volhouden.  En ik begon wat aan mezelf te twijfelen.

De bezigheden werden intensiever, mijn twijfel groeide steeds meer.  Steeds ik je ermee confronteerde draaide je de feiten dermate dat ik me uiteindelijk schuldig ging voelen.  En je kon weer even door.
Tot de dag kwam dat ik het niet meer pikte en je voor de keuze stelde : je bezigheden of ik.  Je koos voor mij.  Dat had je beter niet gedaan.

Je bezigheden bleven toen achterwege, alles kwam op het goede spoor en uiteindelijk trouwden we.  Maar je ontpopte je al snel tot een waar kruidje-roer-me-niet.  Raad aanzag je als kritiek, je reageerde boos en sloot je af van me.  Kritiek van jou moest ik te pas en te onpas slikken.  Een reactie van mij resulteerde dan weer in een boze reactie en je sloot je nog meer af.  De eerste stap tot goedmaken zette je nooit.  Een verontschuldiging heb ik nooit uit je mond horen rollen.  Want steeds was ìk fout, steeds was het mìjn schuld.  En ik ging weer meer aan mezelf twijfelen.  Ik trok mezelf terug in mijn schulp waar ik me veilig voelde en leerde te zwijgen wanneer je me weer eens verwijten naar mijn hoofd slingerde.

Fysieke aandacht heb je me nooit meer gegeven zoals je me die heel even in het begin gaf.  Je had er wèl een uitleg voor.  Je gebruik van anabole steroïden als jonge snaak van twintig zouden aan de basis gelegen hebben van je lage libido.  Bla bla bla… Wist ik veel.  Tot ik zelf op zoek ging naar informatie en tot de vaststelling kwam dat dat, op je veertigste, helemààl niet meer het gevolg kòn zijn.  Ik maakte de fout je met mijn bevindingen te confronteren.  Ja, de fout.  Want opnieuw was het resultaat hetzelfde.  Jij wist het wel, ik had er geen benul van.  Wie was ìk wel om jou te wijzen op iets wat ìk dacht dat niet kon terwijl jìj de kenner was?!  En had ik er ook misschien even aan gedacht dat je je misschien ook niet meer aangetrokken voelde tot mij? Dat het misschien aan mij, aan mìjn lichaam lag? BAM! Je slaagde er in één luttele seconde in mijn zelfvertrouwen als vrouw tot een minimum te herleiden.

Nog enkele keren heb je “een poging” gedaan zoals je het zelf noemde.  De periodes tussen die pogingen waren tergend lang.  Zes maand, een jaar,… Liefdevol waren ze niet te noemen.  Het kon ook moeilijk anders.  Je was opnieuw gestart met je online “bezigheden”.  Dààr kon je je in uitleven, dààr vond je vrouwen die je wèl aantrokken.  Jonge, mooie vrouwen.  Vrouwen met het perfecte lichaam.  Héél wat anders dan ik zelf (jouw woorden).  Eerlijkheidshalve moet ik het zeggen: je hebt het nooit tot een fysieke ontmoeting gebracht.  Steeds bleef het bij online contacten.  Gelukkig.  Mijn oprechte dank daarvoor.  Ik verbaas er mezelf over dat ik je nu hier nog voor dank ook.  Mijn zelfvertrouwen? Dat zakte een pak onder nul.  Het zit nòg altijd onder nul.

De eenzijdige beslissingen die je nam zijn ontelbaar.   Want jij was de man, jij had dat recht.  Steeds werd ik voor een voldongen feit gezet. Je besloot eenzijdig dat je zou stoppen met werken.  Mìjn loon was wel voldoende om van te leven.  Jij kon wel wat anders met je leven dan vroeg opstaan, gaan werken en je mond houden voor een baas.  Als “tegendienst” zorgde je voor het avondmaal, de boodschappen en hield het huis schoon.  Echter nooit zonder de nodige verwijten als ik, wééral eens, een paar schoenen niet in de kast had opgeborgen of per ongeluk een papier op de salontafel of waar dan ook had laten liggen.  Ik kon je maar beter niet als huismeid beschouwen! Want dàt zou helemaal niet goed komen.  Als dàt het geval was, dan kon ik het zelf maar beter doen.  En ik zweeg.  Ik zweeg om de lieve vrede.  Want dàt had ik ondertussen geleerd: zwijgen.

Je kon doen en zeggen wat je wou vanaf dat moment.  Je wist toch dat er geen weerwerk meer zou komen.  Want je wist dat ik een grondige hekel heb aan ruzie en gekibbel.  Fysiek liet je me nu ook volledig links liggen.  We leefden als broer en zus naast mekaar.  Een term die je boos maakte toen ik je er 5 jaar later op wees en liet weten dat het zo niet meer kon verder gaan.  Sindsdien ging het enkel maar berg af.  Nog meer dan voorheen.  Het was mijn schuld, volgens jou.  Mijn schuld omdat ik uitgesproken had dat ik het zat was, dat ik niet meer kon leven op de wijze waarop we ons leven leefden.  Mijn schuld dat ons huwelijk kapot is gegaan en volledig voorbij is.  Want ik had het nooit mogen uiten.

Jij, jij hebt me gekraakt en gebroken, je hebt me mijn eigenwaarde ontnomen, mijn zelfvertrouwen doen verliezen.
Ik moet nu vechten om dat alles terug te vinden. Ik gà knokken om terug te komen.  Zonder jou maar meer dan ooit zal ik er op een dag weer staan.  En jij zal me nièt meer kraken of breken, want ik ga dòòr zònder jou!

Jij…Dank je voor niets!

Share with:

FacebookTwitter