liefde

Dromen…

Dromen van echte liefde.  Van iemand die alles voor je over heeft en die jij zelf op een pied de stalle plaatst.  Dikwijls ging die gedachte door mijn hoofd.  Enkele keren dacht ik het gevonden te hebben.  Evenveel keren voegde een teleurstelling zich toe op de stapel.  De ene teleurstelling was al iets groter dan de andere, de ene was al pijnlijker dan de andere.

“De meeste dromen zijn bedrog” gaat het lied van Marco Borsato.  En zo was het ook.  Loze beloftes, ijle woorden.  Mooie woorden met op de bodem een laag opportunisme.  Opportunisme dat pas duidelijk werd toen de mooie woorden op waren.  Het ging niet om mij. Het ging niet om ons.  Het ging om hem zelf.  En weer volgde een ontgoocheling.
De laatste droom werd keihard aan diggelen geslagen.  Ik zal nog enkele jaren blootsvoets over de scherven moeten lopen.

Dromen van echte liefde durf ik haast niet meer uit angst opnieuw teleurgesteld te worden.  Uit angst opnieuw gekwetst te worden.  Door de ervaringen heb ik mezelf geleerd dat het niet voor me is weggelegd.  Wel voor anderen, maar niet voor mij.  Hoe graag ik het ook wil, hoe graag ik ook iemand wil overladen met de liefde die ik in me heb.

De angst is te groot geworden.  Ik durf me niet meer volledig te geven van bij het begin.  De woorden die mijn diepste gevoelens beschrijven en die ik zo graag zou willen uitspreken, blijven onuitgesproken.  Ik wil mezelf niet blootgeven.  Want me blootgeven is mezelf kwetsbaar maken.  En wanneer je kwetsbaar bent, ben je een makkelijke prooi.

Het druist in tegen wie ik ben.  Diep vanbinnen blijft de droom sluimeren dat iemand toch mijn pad zal kruisen die de woorden wel meent, bij wie ze wel uit het hart komen.  Iemand die niet met ‘ik’ maar met ‘wij’ denkt.  Die zijn armen om me heen slaat en bij wie ik weet, voel,  dat het goed is.  Bij wie ik kwetsbaar mag zijn zonder angst.

Ook al zijn de meeste dromen bedrog, ik blijf dromen.
Stilletjes hopen dat die ene daar buiten loopt
en onze ogen elkaar vinden
om nooit meer los te laten.

 

Nu even niet

images (2)
Het laatste jaar was er heel wat gebeurd in haar leven.
Ze hadden samen beslist dat hun huwelijk voorbij was.  Het bestond enkel nog op papier maar hij wou wel dat ze samen bleven leven onder hetzelfde dak.  Zij kon voorlopig niet anders dan er mee akkoord gaan.  Ze leefden elk hun eigen leven en hadden nog amper contact met elkaar.

Even later ontmoette ze een fijne man.
Op de paar maanden dat ze contact hadden met elkaar leek het alsof hij haar door en door kende.  De laatste keer dat ze mekaar zagen drukte hij haar op het hart op te komen voor zichzelf.  Ze besefte dat hij gelijk had.

De voorbije jaren was ze een deurmat geweest waar iedereen overheen liep.  Ze had zichzelf weggecijferd voor iedereen rondom haar.  Dàt ging ze achter zich laten. Ze zou haar plaats innemen waar ze recht op had, zowel fysiek als mentaal. Ze besefte dat ze niet iedereen hoefde te plezieren.  Dat ze niet iedereen ten dienste hoefde te zijn.  Ze was niet minderwaardig aan anderen, ondanks dat dit haar van kinds af aan ingeprent was.  Ze wàs evenveel waard als eender wie anders.
Ze had evenveel recht op haar plekje, op haar ruimte.  Wie zich daar niet kon in vinden restte maar één ding te doen en dat was opkrassen.  Wie dacht haar te kunnen laten aandraven wanneer het hen paste en haar verder geen aandacht gaf, kon opzouten.
Ze weigerde om nog “als vanzelfsprekend” aanzien te worden.  Eén toenaderingspoging van haar, een tweede, maar een derde zou er niet meer komen.
Ze zou zich niet meer opdringen bij mensen die haar niet echt waarderen of uit zichzelf tijd met haar willen doorbrengen.  Wie haar in zijn leven wou zou dit zelf ook moeten aantonen.
Wie haar in zijn leven wil, zou haar ook levend moeten houden.
Eénder wie…
Wie dit niet deed, verkeek ook zijn kansen op haar te kunnen rekenen wanneer het nodig zou zijn.  Het moest tweerichtingsverkeer worden van nu af aan.  Met iedereen.

Hààr leven, hààr toekomst.
Hij zou wel altijd een plekje in haar leven blijven hebben, net als het handjevol andere vrienden die ze had.  Maar het warme gevoel dat nog even had na gesluimerd was weggeëbd en  gereduceerd tot een vriendschapsgevoel.
En dat was nodig want enkel zo zou ze zich kunnen openstellen voor iemand anders.  Zo zou het fair zijn tegenover iemand nieuw.
Hoe zeer ze ook naar echte genegenheid snakte en zelf wou geven, ze moest dat even opzij zetten en even alleen door het leven stappen.  Hoe lang, dat wist ze niet.

Er zal een dag komen dat iemand haar pad zal kruisen, iemand die haar dezelfde genegenheid zal kunnen en willen geven.  Iemand die haar echt naar waarde schat en dat ook toont.  Ooit zal er een dag komen dat ze zich volledig zal kunnen open stellen voor die ene.  Ze zal al haar genegenheid en liefde opnieuw geven.

Ooit, maar nu even niet.