regenweer

Over vrachtwagens en regenweer

Half zes ’s ochtends.  Het is nog donker wanneer ik in mijn wagen stap om naar mijn werkplek te vertrekken.  Bovendien heeft het de godganse nacht geregend.
Gelukkig is het even ervoor gestopt.  Vreemd genoeg rij ik liever op een besneeuwd wegdek dan wanneer het regent of geregend heeft.  Vraag me niet waarom.

Maar we hebben het niet voor het kiezen en dus vertrek ik. Een klein stukje door de woonwijk en een eindje gewestweg brengen me tot bij de snelweg.  De vrachtwagens zijn op dit uur reeds ruim present.
Ik trap het gaspedaal wat in om me, tussen 2 vrachtwagens in, de snelweg op te manoeuvreren.
Zodra ik kan schuif ik door naar het middelste rijvak en kom op snelheid.  Ik zet de ruitenwissers aan want de vrachtwagens gooien al het regenwater van op het wegdek omhoog.  God, wat heb ik hier een bloedhekel aan.  Je voorruit wordt er zo vies van.  Het lijkt wel of je in de zwaarste regenbui zit en als je dan even moet stoppen, kom je tot de onthutsende vaststelling dat er gewoon geen druppel uit de lucht valt.

Ik vervolg mijn weg. Van snelweg gaat het over naar gewestweg, van gewestweg opnieuw naar snelweg.  Het is ondertussen op de koop toe ook nog eens opnieuw beginnen regenen.
Reeds enkele jaren geldt op Belgische snelwegen een inhaalverbod voor vrachtwagens bij regenval.  Hoevéél regen er moet vallen is onbepaald.  Regen is regen, punt.

Het gros van de vrachtwagenchauffeurs lapt dit verbod echter rigoureus aan z’n laars.  Zodra een voorligger net iets te traag rijdt is dit een startsein voor een vrolijk walsje.  Even het logge gewicht naar links schuiven en dan langzaamaan, beetje bij beetje de voorligger inhalen.  Dit gebeurt uiteraard niet op een minuutje.  Want die collega die wordt ingehaald, reed amper enkele kilometers trager dan de inhaler.

Ondertussen breekt de hel uit voor het “gewone” verkeer.  Vooral voor de pechvogels die achter de inhaler hangen.  Probeer die slak zelf maar eens in te halen terwijl links van je een rits wagens tegen bijna supersonische snelheid je voorbij vliegen.  Supersonisch lijkt het omdat net jij met de beste wil van de wereld niet hoger komt dan je derde versnelling.
Hoe lang je ook je knipperlicht laat gaan, geen enkele van die snelheidsduivels zal zich geroepen voelen stevig af te remmen om jou er tussen te laten.  Waarom zouden ze ook? Om zelf het risico te lopen een achterligger in de kont geramd te krijgen? Niet dus.  Dus blijf je maar hangen, tegen een ontiegelijk trage snelheid van maximaal 70km/h.

In eerste instantie blijf je rustig en hoop je dat het snel voorbij zal zijn. Maar de Zen-toestand maakt al snel plaats voor een zachtjes kokende gemoedstoestand als je gedurende meerdere minuten een volle laag opspattend regenvocht op je voorruit krijgt.  Je ruitenwissers kunnen amper volgen.  Tergend traag kruip je achter de slak vooruit.  In mijn verbeelding zie ik die chauffeur dan achter zijn stuur, tong half uit de mond, krampachtig het gaspedaal induwend, zich afzettend tegen het stuurwiel alsof hij daarmee het gaspedaal nog net iets meer kan induwen.  Metertje voor metertje schuift hij “de trage” voorbij.
Ondertussen maak je je de bemerking waarom Verkeersveiligheid hier in godsnaam niet wat strenger tegen optreedt.  Ja, als jij het voor het zeggen had, dan… Zeker weten! Want geef nu toe: er wordt niet echt aan gewerkt om het verbod gerespecteerd te laten worden.

En dan zie je rechts van je het verlossende geknipper met de grootlichten.  Het ultieme moment is aangekomen: de snelle inhaler is ver genoeg vooruit geschoven om opnieuw zijn plaats in te nemen op het rechtse rijvak.

De ergernis is voorbij.  Je ruitenwissers kunnen af en je kan opnieuw gewoon gaan rijden.  Je ziet het landschap opnieuw verder schuiven in plaats van te stagneren.  Je rijdt warempel aan een normale snelheid.  Voor even toch. Tot….