scheiden

Maar hoe begin je aan zoiets?

broken-marriage-medium

Een tijdje geleden stelde ik op Facebook gekscherend de vraag of er soms een lezerspubliek zou zijn voor een (mini)roman à la ‘Dagboek van een (v )echtscheiding’.  Gekscherend, omdat de kern van de boodschap eerder een aanloop was naar een een mededeling naar mijn vrienden toe.  Een mededeling dat het huwelijk op papier nu ook compleet voorbij was, de echtscheiding was opgestart.
Veel reactie kwam er niet op de vraagstelling, doch de paar reacties die er wel kwamen waren, hoe kan het ook anders, positief.  Zoals een van de heuse schrijvers in mijn omgeving zei: ‘Er is markt voor een boekenreeks rondom een tovenaarskind met een bliksemschicht op zijn hoofd. Er is markt voor Brusselmans. Er is publiek voor elk goed verteld verhaal. Het moet soms gevonden worden, en een auteur is weinig tot niets zonder een goede redacteur, maar voor de rest is het antwoord op bovenstaande vraag, en elke variant erop die start met de eerste acht woorden, ja.’

Wat vooreerst als grap bedoeld was bleek echter misschien toch stof te zullen leveren voor het nodige schrijfmateriaal.  Maar ja, hoe begin je aan zoiets? Voorlopig door kleine stukjes neer te pennen veronderstel ik.

De echtscheiding zou zich al snel ontwikkelen tot een pestscheiding.  De eisen van de binnenkort ex bleken bij de haren gegrepen, achteraf bekeken hilarisch, en gestoeld op een aaneenrijging van leugens en verkeerd geïnterpreteerde gegevens wegens gebrek aan kennis.  ‘De klok horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt’ gegevens noem ik ze.

De eerste samenkomst met beide advocaten liep uit op een drie uur durende onderhandeling waar een Marokkaanse markt in het niets bij verzonk.  Geven en nemen. De ex ontpopte zich tot een ware geldwolf. Een domme liegende geldwolf, dat wel.  En dat domme aspect zou nog meermaals boven komen drijven.

In mijn vraagstelling op Facebook leverde ik ‘The War of the Roses’ als vergelijkingsmateriaal aan.  Voorlopig dreigt het niet zo ver te gaan en ik hoop dat het ook zo ver niet zal komen.  Een fractie van dat verhaal zal al stevig genoeg zijn.  Dat het niet van een leien dakje zal lopen is zo goed als zeker.
Een roman zit er niet in.  Daar moet je een echt schrijfster voor zijn en dat ben ik gewoon niet.  En dat wil ik jullie ook niet aandoen.
Vrees dus niet om in de toekomst terug te komen naar deze plek.  Er zullen geen fragmenten te vinden zijn over een in soep plassende echtgenoot of een overhoop gereden echtgenote.  Deze echtscheiding verloopt voornamelijk in een ijzige stilte.  Voorlopig…

 

Einde van een verhaal

boek1Het boek is bijna uit.  Er resten nog maar enkele bladzijden van het verhaal.
Het verhaal waar twee mensen elk hun eigen weg gaan na jaren samen hetzelfde pad bewandelt te hebben.
Een verhaal van weinig geluk.  Een verhaal dat niet geschreven had mogen worden.
Er was die hoop, bij het begin.  Hoop dat het, na veel geworstel, toch zou goed komen.  En heel even was het ook zo.
Heel even waren er momenten van geluk.

En er was het vertrouwen.  Het vertrouwen dat de relatie sterk genoeg was om te overleven.  We hadden reeds enkele woelige waters samen doorzwommen en overleeft.

We zouden de toekomst ook wel overleven. We zouden alles wel aankunnen.  We hadden elkaar.  We zouden ons aan elkaar vastklampen.

Maar ik was fout. De waters kwamen nooit echt tot rust.  Ze kabbelden rustig aan de oppervlakte, doch verborgen een sterke onderstroom.  Bij zware stormen kon er geen rustig water gevonden worden om even op adem te komen.  Elke storm vermoeide ons steeds wat meer.  Bij elke storm ging je je meer aan me vastklampen en sleurde je me mee.  Je creëerde je eigen stormen in je hoofd en liet ze ‘ons’ impacteren.  Ik probeerde vaste voet te vinden maar worstelde tegen de stroming, vocht om het hoofd boven water te houden.  En ik zweeg voor de lieve vrede.

Het mocht uiteindelijk niet baten. We speelden het spel maar geen van beide die het won.  Het schip strandt waar het strandt.  We gaan nu elk onze eigen weg gaan.  Verder en verder uit elkaar.  Ik heb geen spijt dat de laatste bladzijde zich aankondigt.  Want ik ga rust tegemoet.  Rust in mijn leven en rust in mijn hoofd.  Ademruimte.
Ik hoef niet meer op jou te wachten en ter plaatse blijven trappelen.
Ik kan opnieuw vooruit gaan.
Mijn leven is opnieuw van mij.

 

Voorbij

DEN HAAG - ILLUSTRATIE - Echtscheiding. ANP XTRA LEX VAN LIESHOUT

Zaterdagnamiddag, twee uur.  Er wordt aangebeld en ik slof naar de voordeur.  Het is de buurvrouw.  In haar hand houdt ze een vierkant kartonnen doosje.  “Koffie?” vraagt ze en toont het doosje.  Dit laat ik me geen twee keer zeggen, snoepliefhebster die ik ben, en laat haar binnen.  Ze kent de weg en stapt automatisch door naar de keuken waar ze zich ontdoet van haar jas.

– Hoe gaat het me je, vraag ik haar terwijl ik een kop koffie begin te zetten.  Met een lichte zucht gaat ze zitten.
“Prima” zegt ze.  “De kogel is door de kerk”.
Ik kijk haar even vragend aan.  Ik heb wel een vermoeden waar ze het over heeft, maar durf het niet goed uit te spreken.
“We zijn tot het besluit gekomen dat ons huwelijk volledig voorbij is” vervolgt ze.  “Niet meer te redden.  Hij wil er ook geen moeite voor doen en ik…tja…ik, je weet wat ik er van denk”
Ik weet inderdaad wat ze ervan denkt: seks is niet hèt belangrijkste in een relatie maar is toch een verdomd belangrijke factor waar je niet om heen kan.  Om het met een cliché te stellen: één van de hoekstenen.  En gelijk heeft ze.  Ik zou het helemààl niet zo lang hebben volgehouden als zij heeft gedaan.
“We hebben er enkele weken geleden uitvoerig over gepraat” vervolgt ze.  “Nu ja, gepraat… op zìjn manier dus. Via sms.  Hij boven, ik beneden.”
Ik kijk haar bedenkelijk aan.
– Via sms?? Wie praat er nu in godsnaam via sms als je je binnen dezelfde vier muren bevindt.
“Ja, dàt is zijn manier. In al die jaren heeft hij nog nooit iets rechtstreeks uitgepraat.  Altijd via sms.  Alsof hij bang is in een rechtstreeks contact niet direct de juiste woorden te vinden of niet snel genoeg te kunnen reageren”.
Vreemde kerel toch, denk ik bij mezelf.  Een conflict, hoe klein of groot ook, praat je toch àltijd rechtstreeks uit.
“Hij wil dat ik hem garanties geef. Garanties dat we samen gaan blijven wonen de komende jaren”
Ik verval van de ene verbazing in de andere.
– Dus hij wil een punt zetten achter jullie huwelijk, maar wil wèl van jou de garantie dat er niet uit mekaar gegaan wordt binnen de komende jaren?
“Daar komt het op neer” zucht ze.  “Alsof ik een glazen bol heb en nu al wéét wat er volgend jaar zou kunnen gebeuren.  Laat staan over enkele jaren”.

Ze voegt een wolkje melk toe aan de koffie die ik haar net uitschonk en neemt een gebakje uit het doosje.
“Dat heb ik hem ook gezegd.  Ik wéét niet wat er me te wachten staat in de toekomst.  Ik wéét niet hoe het er tegen het einde van het jaar zal aan toe gaan, volgend jaar, over twee jaar.  Ik weet enkel dat het alleszins niet mijn bedoeling is op déze manier door te gaan.”
Ik knik begrijpend en ga tegenover haar aan de keukentafel zitten.
– Het lijkt wel of hij een veiligheidsnet wil inbouwen.  Zijn vrijheid terug, genoeg rust om niet opnieuw te hoeven gaan werken, jou laten opdraaien voor zo goed als alle kosten en ondertussen zijn eigen spaarpotje lekker aanvullen.
“Die indruk heb ik ook gekregen” antwoordt ze.  “Probleem is dat ik het op deze manier financieel niet kàn blijven volhouden.  Ik ga achteruit in plaats van vooruit. Als ik dus echt iets wil overhouden, dan kan ik gewoon geen jaren meer bij hem blijven”.
Dat lijkt me logisch.
– Je zou kunnen proberen om, wanneer je weggaat bij hem, ergens onderdak te vinden bij iemand of sàmen met iemand iets te huren.
“Die gedachte is al door mijn hoofd gegaan.  Het zal enkel niet eenvoudig worden om een geschikte persoon te vinden.  Meestal zijn het studenten die dat soort avontuur aangaan.  Of mensen die mekaar kennen.  Ik kèn zo niemand.”
– Nù ken je niemand.  Maar wie weet, tegen dan… Wie weet… Het belangrijkste is dat jij, of jullie, dan kosten kunnen delen en op die manier een toch wat rustiger leven kunnen hebben.
Ze knikt. “Dat zijn zorgen voor later. Eerst moet ik zien dat ik toch genoeg geld opzij krijg zodat ik reserve heb voor de restwaarde van de verkoop van het huis te bekostigen”.

Oh God, dat ook nog.  Ze heeft echt wel géén geluk.  Zes jaar geleden was ze zò blij het huisje gevonden te hebben.  En nu zal het een heus blok aan haar been blijken te zijn.
“Het mag duidelijk zijn dat ik in mijn eentje voor de restwaarde zal moeten opdraaien. Hem kunnen en zullen ze niet aanschrijven om bij te dragen.  Hij heeft geen inkomen.”  Ze slaakt een lichte zucht en neemt een hap van haar gebakje.
“En het is nu net dàt waar ìk rekening moet mee houden.  Waardoor ik niet volledig alleen op eigen benen zal kunnen staan als het zover is.  Het is dàt of blijven.  En blijven heb ik gewoon de moed niet meer voor.  Dan doe ik mezelf nog liever wat aan zodat ik gewoon van alle rompslomp en problemen verlost ben.”

Ik zie hoe in de hoek van haar rechteroog een traan opwelt en slik even.  Zò heb ik haar nog nooit horen praten.  Zij, die zo van het leven houdt, die zo van het leven wil genieten.  Het doet me rillen als ik bedenk wat een slechte relatie en zich in een hoekje geduwd voelen met iemand kan doen.
Ik weet dat ik me geen zorgen hoef te maken dat ze dit zou doorzetten.  Hoewel, jaren geleden stond ze net op datzelfde punt.  Òòk door hem.  De gedachte aan haar kinderen heeft haar toen van het idee doen afstappen.  Toen waren ze nog klein. Nu zijn ze beide zo goed als volwassen.  Ik besef hoe klein ze eigenlijk is.  Ze doet zich sterk voor naar de buitenwereld, maar diep vanbinnen is ze niet meer dan een klein, broos en breekbaar wezen dat gewoon het ongeluk heeft veel liefde te kunnen en willen geven doch niemand om zich heen heeft die die liefde wil ontvangen en beantwoorden.
Ik zie hoe de traan zich langzaam losmaakt van haar wimpers en een klein, bijna onopvallend spoor trekt over haar wang.  Vluchtig kijkt ze even naar me alsof ze zich betrapt voelt, veegt de traan weg en glimlacht flauwtjes.  “Zie me hier nu zitten…” In een teug drinkt ze het laatste beetje koffie in haar kopje op.  “Ik ben even opnieuw beginnen roken” stamelt ze.  “Na twee jaar… Is dat niet erg? Dat is nu toch wel erg hé?”
Ik trek mijn schouders op.
– Ach weet je, wàt is “erg”? Je hebt het even nodig, en dan…?
Een schaapachtige glimlach verschijnt op haar lippen.  Plots staat ze op en trekt haar jas aan.
“Ik zal maar eens gaan. Ik heb je genoeg lastig gevallen. Ik zie je nog wel.”  Gelijk neemt ze me vast en geeft me een knuffel.  “Dank je” fluistert ze zachtjes.  “Dank je”.
– Ach, dat is niet nodig

Nee, het is niet nodig dat ze me dankt.  Ik geef haar met plezier wat steun.  Want nu, op dit moment, staat ze helemaal alleen, heeft ze niemand bij we zie even kan vluchten.  Het lijkt anders, maar het is schijn.
En even praten is momenteel haar enige vluchtweg.  Ik hoop dat ze snel weer een echt steunpunt zal vinden.  Iemand die er is om haar haar gedachten te helpen verzetten, even weg te zijn van huis.  Iemand die haar nog maar een klein beetje affectie en aandacht geeft.  Iemand die zij zelf affectie en aandacht kan geven.  Tot zolang luister ik naar haar wanneer ze het nodig heeft.  Want iedereen heeft een luisterend oor en steun nodig om de dagdagelijkse beslommeringen het hoofd te kunnen blijven bieden.