Wonen in kwetsbaarheid

Share with:

FacebookTwitter


Die plek in mijn hoofd, afgesloten voor iedereen.  Die plek waar alles weergalmt, gedachten met elkaar in botsing komen en elkaar overschreeuwen.  “Ik ben niets…Ik hoor nergens echt bij… Ben ik wel interessant genoeg?… Lelijk ook… Geef asjeblieft een heel klein beetje om me!!… Ik verdwijn wel naar de achtergrond… Eigenlijk ben ik in niets echt goed… Het kan niet meer dat iemand me echt wil.. Zie je wel? Ik loop enkel maar in de weg… Ik wil niet storen…”

Gedachten op repeat.  Ik probeer ze te verdringen en tegen te spreken.  Mezelf wijs te maken dat ze onterecht zijn.  Er wordt me gezegd dat ik het fout zie en dat ze niet kloppen.  Even geloof ik het maar al snel kom ik weer bij het punt dat het maar woorden zijn.
De gedachten kunnen niet weg en laten mij niet gaan.

Ik wil daar niet zijn, in die diepste krochten van mijn hoofd.  Ik spendeerde er reeds veel te veel tijd.  Gedwongen door de gedachten. De uitgang opengooien, dàt wil ik.  Resoluut de deurkruk in de hand nemen en naar buiten stappen.  Niet één stap, niet twee… maar steeds verder vooruit.  De deur openlatend en alle gedachten laten wegwaaien.

Verder dan die ene stap kom ik niet.  Ik hoor woorden, wil ze vastgrijpen.  Écht vastgrijpen en de tweede stap naar buiten zetten.  Maar de woorden vervagen opnieuw.  Onafgemaakte zinnen moet ik zelf verder in elkaar puzzelen.
Ik wil niet meer storen om de rest van de zinnen te horen te krijgen.  De gedachten zuigen me terug naar binnen en de ruimte in mijn hoofd lijkt heel even een veilige bunker.  Niemand komt er in zonder de juiste woorden.  Niemand krijgt me er uit zonder de zinnen uit te spreken die ik niet in elkaar wil puzzelen.  Fout gepuzzelde zinnen brengen enkel foute gedachten tot stand.
Dan ben ik liever onbereikbaar.  “Niets” voelen is een beter alternatief dan “afwijzing” en “eenzaamheid”.  Stoer, met een glimlach op de lippen de kwetsbaarheid verstoppen.  Mijn ware ik niet tonen is veiliger.

Ik wil die bunker verlaten, hem onbewoonbaar verklaren.  Het ìs geen veilig vluchtoord; het is een gevangenis waar ik in gestopt werd. Een kale ruimte zonder gezelschap, zonder aandacht, zonder genegenheid.  Een krot waar een hart in woont.  Een hart met een dunne wand, waar zomaar iemand die het echt wil doorheen kan walsen.  Want ik wil leven, lachen, zingen, huilen, dansen en liefhebben en dat doe je niet alleen.

 

Share with:

FacebookTwitter


 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>